13 Nov 2018

Gambia, deel 3

Vanuit Nederland heb ik al een gids geregeld voor onze derde dag in Gambia. Wij hebben hem geboekt voor een ‘full day birding’. Om half acht staat hij klaar bij de receptie. Om niet haastig voor die tijd te hoeven ontbijten, hebben wij een ‘packed breakfast’ besteld. Daarin zitten een paar stokbroodjes met kaas en twee bakjes yoghurt. Die hoeven niet koel bewaard: ook bij 30 graden Celsius blijven ze buiten de koelkast goed tot 2025. Heerlijk!
Onze gids, Musa, heeft zelf geen vervoermiddel, dus heeft hij een auto met chauffeur geregeld. Een stoere 4-wheel drive met even stoere bestuurder. Onze bestemming is Kartong, een plaatsje dichtbij de grens van Senegal. Dat is minder ver dan het lijkt. Of je nou naar het noorden of zuiden rijdt, je komt altijd binnen afzienbare tijd bij Senegal uit. Gambia is eigenlijk niets meer dan een strook land aan weerszijden van de rivier en wordt geheel omsloten door Senegal. 



Musa blijkt niet alleen een uitstekende vogelgids te zijn, hij is ook aangenaam gezelschap. Met veel kennis over zijn land.
ik vertel hem dat er gisteren werd gestaakt bij het hotel tegenover ons. De gasten moesten het zonder ontbijt en lunch stellen. Dat komt hard aan bij de hongerige toeristen.Het was verder wel een gezellige staking. Veel trommels, dansen en in looppas de straat op en neer. 
Musa is verbaasd. Een staking? Dat was onder de vorige president niet gebeurd. Dan was de helft van de stakers neergeschoten en de andere helft onder dwang van het leger weer aan het werk gezet. De toenmalige leider had duidelijke standpunten. Homosexualiteit noemde hij de grootste vloek van de mensheid en hij beloofde eigenhandig alle LGBT-ers te onthoofden. LGBT stond volgens hem voor: Lepra, Gonorroe, Bacteriën en Tuberculose.  Ik weet zo een ander land waar hij een geschikte presidentskandidaat zou zijn. Als hij een Twitter account heeft, tenminste.
’But now we have democracy’, zegt Musa met gepaste trots.’ Now they can go on strike’. Voor de zekerheid bewaren we toch de bekertjes yoghurt. Je weet nooit of het vuurtje overslaat.



De lunch gebruiken we in een afgelegen restaurantje aan de grensrivier. Het duurt een kleine anderhalf uur, voordat de vis gevangen, van graten ontdaan en bereid is, maar dan krijgen we ook de smakelijkste maaltijd van ons verblijf voorgeschoteld. 

Na de lunch maken we een boottocht over de rivier, langs veel mooie vogels en gekleurde vissersboten. Eén van de boten heeft duidelijk een sponsor in Nederland…




Uiteindelijk zijn we tegen half acht ’s avonds weer terug bij ons hotel. Een full day is een full day bij Musa, daar doet hij niet kinderachtig over. Wij zien hem over twee dagen weer. Dan doen we een ‘long half day’ met hem. Uiteindelijk zal dat een ‘short half day’ worden, maar dat weten we gelukkig op dat moment nog niet.....



12 Nov 2018

Gambia, deel 2

Bax staat keurig om half vier te wachten bij de receptie van het hotel voor onze ‘guided walk’. Die begint bij Kotu Bridge, op een paar honderd meter afstand. Een bruggetje over de Kotu Creek, waar bij het juiste tij altijd leuke vogelsoorten te zien zijn. Het is tevens de basis voor de gidsen van de Gambia Bird Guides Association en er hangen er altijd wel zo’n 15 rond, op zoek naar klandizie. Wij zijn duidelijk al voorzien, dus worden we met rust gelaten. 


De wandeling voert verder richting de ‘Sewage Ponds’. Daar wordt in een aantal bassins met enige regelmaat rioolwater gestort, hetgeen een aantrekkelijke mix van ruige begroeiing, vuilgrijs water en pittige aroma’s oplevert. En vogels, opvallend veel vogels. Wij lopen ontspannen  met onze gids over de dijkjes tussen de bassins als Bax opeens benaderd wordt door een opgewonden local, die hem op luide toon om toegangsgeld vraagt. Bax geeft geen krimp. 
‘I have been a guide for 18 years and I have never paid here!’ De bewaker is daar niet van onder de indruk en er ontstaat een verhitte discussie. “You do nothing here, you cannot ask for money. I’ll call the police’ De bewaker richt zich nu rechtstreeks tot ons met zijn financiële eisen, maar daar wil Bax niets van weten. “I am the guide”


Terwijl zij aan het ruzie maken zijn richt ik mijn camera op wat mooie Sporenkieviten, maar onmiddellijk wordt er een hand op mijn lens gelegd. ‘No photos, you need pay!’ Mijn echtgenote wil even door de verrekijker een paar vogels bestuderen, maar dat blijkt ook onder het embargo te vallen. ‘No looking, you must pay!’ Hij legt een zware hand op haar schouder om haar weg te draaien van het uitzicht en nu wordt ik wel even boos. ‘Do not touch my wife!’ Bax komt weer tussenbeide, maar doet weinig moeite om de gemoederen wat tot bedaren te brengen. Omdat het totale bedrag om iets van anderhalve euro gaat, bied ik aan gewoon even te betalen, maar voor Bax is het een principekwestie. Hij dreigt nogmaals de politie, het leger en de minister te bellen. Hij zwaait daarbij met z’n telefoon, maar zijn tegoed blijkt niet toereikend. De bewaker heeft inmiddels versterking gekregen en mokkend leidt Bax ons dan toch maar weg uit de conflictzone.
‘ They do nothing, I’ll call the minister’. Wij knikken begrijpend. Dat lijkt ons de juiste route. Hij pakt de draad weer op met het vinden van interessante vogels, maar de oude wordt hij niet meer. Zelfs ons enthousiasme over het zien van de schitterend Blue-breasted Kingfisher neemt het gevoel van falen niet weg bij hem.




Het laatste stuk van de wandeling voert over de golfbaan, die grenst aan ons hotel. Wij blijven hoofdschuddend staan bij de geheel vervallen afslag van hole 11.



 Zonde dat dit niet meer gebruikt wordt, overpeinzen we. Tien minuten later echter staan er twee golfers enthousiast vanaf die plek ballen over de kreek richting green te slaan. Nou ja, green. Grey, eerder. Het putten is een uitdaging op zich over het grijszwarte zand, waarbij de bal al na drie omwenteling blijft steken. Dat is werken aan je handicap, hier. Niet veel birdies, schat ik. Behalve voor ons dan. 

11 Nov 2018

Gambia, deel 1

Het is maar een uur of zes vliegen naar Gambia. Een rechtstreekse vlucht vanaf Schiphol naar Banjul. Althans, daar gaan we van uit. Boven Frankrijk aangekomen echter, kijkt de piloot even op de benzinemeter en denkt: ach, ik had moeten tanken, stom, stom, stom…. Hij deelt de passagiers mee dat er een korte tussenstop gedaan wordt in Faro. Een goedkoop zelftank stationnetje, waarschijnlijk. De vrouw naast ons zit er allemaal niet mee. Zij is helemaal vol van haar eerste reis naar Afrika.
’We gaan daar wandelen met tijgers’ deelt ze ons enthousiast mee. ‘Het waren toch tijgers, Aad?’ 
‘Leeuwen, schat, volgens mij zijn het leeuwen.’
Gezien het continent waar we heen op weg zijn, denken wij dat hij het bij het rechte eind heeft.
Wijzelf zijn niet van plan te gaan wandelen met leeuwen. Niet vrijwillig in elk geval. 




In het hotel krijgen wij een kamer in de buurt van het zwembad. De kamers zijn eigenlijk geschakelde huisjes die verspreid in een aantal blokken in de uitgebreide tuin van het hotel liggen. In ons blok hebben de huisjes twee verdiepingen, zodat we ook bovenburen hebben. Luidruchtige Noorse jongeren, die tot ’s-avonds laat onze rust verstoren. Wij kijken het een paar avonden aan, voordat we bij de manager aankloppen om een andere kamer. Geen probleem, de Noren hebben al meer slachtoffers gemaakt. We krijgen een heerlijk plekje helemaal achter in de tuin, met uitzicht op de naastgelegen golfbaan en een verzonken gedeelte van de tuin waar een stuk of 10 grote schildpadden gehuisvest zijn. Een merkwaardig agressief groepje trouwens. Met grote regelmaat rennen ze achter elkaar aan en proberen daarbij de ander omver te gooien. Dat lukt ook af en toe en wij moeten dan even een schildpadje keren. Als de agressie voorbij is wordt met hetzelfde enthousiasme overgegaan tot het creëren van een nieuwe generatie schildpadden. Ik wil hier niet teveel op de details ingaan, maar konijnen zijn bleue wezentjes, vergeleken bij deze schildknapen.





Niet ver van ons huisje is er een uitkijkplatform , speciaal voor de vogelaars. Dat biedt uitzicht op een stuk slik, dat, afhankelijk van het tij, onder water staat of droog valt. Vanaf het pad beneden ons, klinkt opeens een opgewekt ‘Hello, do you want to see the owls?’ Over dit openingszinnetje had ik al gelezen. Het is de standaard lokzin van de lokale bevolking als ze iemand met een verrekijker zien. Niet dat ze weten waar er zich een uil bevindt, maar als ze de argeloze toerist aan de haak hebben, lost dat probleem zich wel op. Deze jongeman echter, draagt het t-shirt van de Gambia Bird Guides Association en dat staat wel garant voor echte kennis van vogels. Wij laten ons dus meenemen voor een korte wandeling over de golfbaan en langs de Kotu Creek. Uilen laat hij ons natuurlijk ook niet zien, maar wel een keur aan andere kleurrijke, nieuwe vogels. Wij besluiten ‘Bax’ dan ook te contracteren voor een ‘guided walk’ de dag daarna.



Tevreden keren wij terug naar het hotel voor onze avondmaaltijd temidden van veelal rokende en uitbundig getatoeëerde Scandinaviërs. Eén van de vikingen zit zelfs zo volledig onder de inkt, dat alleen op de rechterhelft van zijn gezicht nog zijn normale huidskleur te zien is. Wij stellen ons vast zijn sollicitatiegesprek voor bij de Noorse Landkredit Bank.

‘Mijn CV staat op m’n linkerdij, leest u maar….’

11 Jun 2018

De bergen in (deel 2)

Het is donderdag en de zon doet al vroeg zijn best. Zelfs de bergen in de verte, waarvan de toppen doorgaans in wolken gehuld zijn,  tonen al hun contouren. Vandaag hebben we afgesproken met een Spaanse gids op pad te gaan. Om 8 uur precies staat hij klaar bij ons huisje en stelt zich in goed verstaanbaar Engels voor. Alberto, heet hij en de meeste tijd is hij werkzaam als een soort boswachter in de Sierra de Guara, het berggebied waar wij op uitkijken. In zijn vakanties en op zijn vrije dagen klust hij bij als vogelgids. Met een brede glimlach voegt hij daaraan toe dat zijn vrouw dat niet altijd leuk vindt. Hij is net 14 dagen op pad geweest met een groep bejaarde Amerikaanse vogelaars, die al zoveel van dergelijke trips gemaakt hebben dat ze, net voor hun overlijden, nog de vijfduizendste soort willen afvinken. En daar hebben ze goed geld voor over. Ik zeg hem maar even niet wat mijn ‘life score’ is en verzeker hem dat wij blij zijn met alles wat we te zien gaan krijgen. Hij pakt het serieus aan. Eerst gaan we op zoek naar de Havikarend. In de wijde omtrek is er nog maar één exemplaar te vinden. Een vrouwtje, dat haar partner een paar jaar geleden heeft verloren, toen die tegen een elektriciteitsdraad vloog. Alberto weet precies de vallei waar zij zich ophoudt en speurt lang en intensief alle hellingen af, op zoek naar de weduwe. Tevergeefs. Nou ja, dat kan gebeuren. Heb ik al eens een Ortolaan gezien, vraagt hij. Nee? Dan weet hij de juiste plek. We rijden een kwartiertje naar een andere helling en dan stopt hij om het vogeltje uit de Buxus struiken te lokken. Uit zijn telefoon klinkt de zang van de gors, maar er volgt geen reactie. Alberto kijkt zorgelijk. Weer een nederlaag? Dan zien wij plotseling een Ortolaan zitten, boven in een struik. Kennelijk toch afgekomen op de digitale lokroep. Een high-five beklinkt deze ‘lifer’. 



Zo brengen we een aangename dag door met onze gids, een geweldige vogelkenner en een beminnelijk mens. ‘Now let’s find the Lammergeyer’, zegt hij ‘s middags. De Lammergier is de zeldzaamste van de giersoorten in Europa en daarom een wenssoort van elke zichzelf respecterende vogelaar. ‘Hebben we daar nog tijd voor?’, informeren we bezorgd, want zijn telefoon heeft al een aantal malen dringend gerinkeld. ‘My wife’, zegt Alberto dan en negeert de oproep vervolgens. Wij maken ons meer zorgen over zijn huwelijk dan hijzelf, want hij geeft aan dat als hij rond drie uur terug is, er geen enkel probleem bestaat. Vevolgens is hij tot bijna half zes bezig alle uithoeken van de Sierra op te zoeken op zoek naar de Lammergier. Na elke vergeefse poging zegt hij dat hij nog één andere plek weet, waar ze eigenlijk altijd te zien zijn, maar het levert allemaal niks op. Nou ja, gieren zat, maar allemaal Vale Gieren. Honderden. 




We verzekeren hem dat we desondanks een heerlijke dag gehad hebben, maar het zit hem niet lekker. 
De volgende dag, op ons laatste tochtje in de Pyreneeen vinden we hem zowaar zelf, zwevend hoog boven de helling. Te ver voor een behoorlijke foto, maar zijn silhouet is onmiskenbaar. We zullen het Alberto nog laten weten. Als hij niet volledig is ingestort na zijn frustrerende ervaring...




We maken ook nog een wandelingetje door ons dorp. Vijftien huizen en een kerk. Als we na na twee minuten de nederzetting aan de ander kant verlaten treffen we een oud vrouwtje dat bezig is wat kruiden te plukken in de berm. Omdat lokale betrekkingn belangrijk zijn, zeggen we vriendelijk ‘hola’. Ze glimlacht terug en begint in rap Spaans aan een hartverscheurend verhaal. Haar man is acht jaar geleden omgekomen bij een aanslag van de ETA en haar oudste zoon, die  in Barcelona woont, heeft gisteren net een auto ongeluk gehad, waarbij hij zijn beide benen gebroken heeft. Haar schoondochter werd daarbij uit de auto geslingerd en overleed na een val in de afgrond. Zelf moet  zij hier rond zien te komen van honderd euro in de maand. Het bosje kruiden, dat zij vasthoudt is alles wat haar de rest van de week in leven moet houden. Van haar hele verhaal heb ik alleen ‘Barcelona’ en ‘aqui’ verstaan, maar soms zijn er niet veel woorden nodig om toch de tragiek van iemands leven te begrijpen. Geroerd nemen wij afscheid.’Adios’, geven we haar mee. Uit de grond van ons hart. De hop kijkt goedkeurend toe.



3 Jun 2018

De bergen in

Wij hebben het plan opgevat om een weekje aan de voet van Pyreneeen door te brengen. De Spaanse kant, want daar hebben we eerder goede ervaringen mee opgedaan.. De rit naar het zuiden verloopt voorspoedig, zeker tot aan Parijs. We willen eigenlijk met een wijde boog om de stad heen rijden, maar de Tomtom besluit anders. Hij stuurt ons met strenge instructies de Boulevard Périphérique op, waar we ons in de Franse verkeerschaos storten. Op een gegeven moment besluit de Grote Navigator opeens dat het lonend is om de boulevard te verlaten, een paar honderd meter over een vaag stuk asfalt te rijden en vervolgens weer trachten in te voegen tussen het toeterend blik. We doen dit braaf en verlaten Parijs een tijdje later min of meer levend.
Om een uur of vijf starten we de booking.com app op en zoeken een onderkomen niet te ver van de tolweg. Onmiddelijk na de bevestigingsmail worden we gebeld door de eigenaresse van het hotel. Spreek ik misschien Frans of Engels? ‘Un peu’ en ‘yes’, laat ik weten. Verrassend genoeg gaat ze verder in heel behoorlijk Engels. Fransen en Engelsen hebben altijd een soort haat-liefde verhouding met elkaars taal. En misschien kan liefde daar wel uit geschrapt. Engelsen leren zeker ook Frans op school, maar merken dan tot hun verrassing dat in Frankrijk geen mens hun pogingen verstaat. Zij zeggen dan verontwaardigd dat ‘the bloody French don’t even speak their own language properly’ en dat komt volgens hen doordat de Fransen vasthouden aan hun ‘continental pronunciation’. De vriendelijke dame echter redt zich prima in het Engels en vraagt of wij soms de maaltijd daar willen gebruiken, met een ander Nederlands stel dat in het hotel verblijft. En of wij toch niet liever kiezen voor de wat duurdere kamer en-suite, die een breder bed heeft. Als we een uurtje later bij het hotel arriveren biedt zij ons die kamer opnieuw aan, met een behoorlijke korting. Het bed is heerlijk. De maaltijd ook, overigens. Elke keer als wij voldaan achterover leunen om het eten te laten indalen veschijnt er weer een volgende gang. Kortom, een goed begin van onze vakantie.




De volgende dag rijden wij door naar onze bestemming in een klein Spaans dorpje. De Tomtom stuurt ons eerst naar een ander dorpje, maar een vriendelijke inwoner vertelt ons in rap Spaans dat wij in het vorige gehucht moeten zijn en dat het bewuste huis aan de rand daarvan ligt en makkelijk te vinden is. Ik versta er geen woord van, behalve de naam van het dorp, maar ik bedank hem hartelijk (hoop ik) en vijf minuten later staan we bij ons huisje. prima ingericht en met een terras op de tweede verdieping, dat een weids uitzicht biedt op de bergen in de verte. Op slechts enkele tientallen meters vliegen Aasgieren boven ons langs. Natuurlijk hebben wij die in Nederland ook, maar daar zweven ze hoog boven het gewone volk, op zoek naar bonussen en vertrekpremies. 
Een nachtegaal zingt de hele dag en een groot deel van de nacht vanuit een boom naast ons terras. Heerlijk. Vakantie.











20 Feb 2018

Namibië deel 8 - De laatste dagen

Geheel onstpannen zitten wij op ons terras van de kleinschalige Mobola Lodge en bespreken de plannen voor de volgende dag. Opeens wordt er luid gegild door één der onschuldige reizigers, die vervolgens bovenop de stoel klimt en naar beneden wijst. Een fikse slang heeft zich laten vallen uit de balken van het rieten dak en is vlak naast ons terechtgekomen. In zijn bek heeft hij een forse boomkikker, waarmee hij haastig de beschutting van de bomen opzoekt. Als onze hartslag weer tot aanvaardbaar tempo is gezakt, maak ik nog gauw een foto voor de nabestaanden. Later horen wij dat het om een niet-giftige ‘bush snake’ ging. Nou ja, het kan niet altijd een cobra zijn en we hebben toch de insteek met een meerderheid van de reizigers weer thuis te komen.





Zo zijn we dan in onze laatste week aangeland. In Namibië althans. We laten de Okavango rivier achter ons en rijden naar het Waterberg Plateau National Park, een kleine 400 kilometer ten noorden van Windhoek. Vanwege de lange rit hebben we halverwege een overnachting geboekt in Roy’s Restcamp. Roy blijkt dood te zijn. Een een flink aantal jaren al. Vandaar ‘Restcamp’ waarschijnlijk. Het onderkomen is prima voor een nachtje. Het ontwerp van de huisjes lijkt weliswaar gebaseerd op de kist van Roy, maar er staat een goed bed en met de maaltijd in het restaurant is niets mis. 
Muggen zijn er gelukkig nauwelijks, maar we worden wel af en toe geteisterd door vliegjes, die steevast kleverig op hoofd en armen blijven landen. We vermoeden het al, maar als één van ons het nazoekt in de insectengids, blijkt dat het inderdaad gaat om Kleine Kutvliegjes (Omniflixus Vaginalus). Een irritante soort, die helaas nog niet op de rode lijst staat. Voor de vogelaar heeft het kamp één grote specialiteit, de ‘Black-faced Babbler’, die bijna nergens anders in Namibië te zien is. Ik ben de volgende dag dan ook vroeg uit de veren om op zoek te gaan. Nog voor het ontbijt heb ik hem te pakken. Niet de meest kleurrijke vogel, maar een mooie voor de lijst. De kleuren krijg ik wel voorgeschoteld van een prachtige glansspreeuw





Ons onderkomen bij het Waterberg gebied is van een geheel ander kaliber. De badkamer is zo groot dat de wandeling naar de douche al een avondvullende bezigheid is. Voor mij dan. Goudkleurige kranen bij de dubbele wastafel en een complete kastenwand met spiegel in de slaapkamer.  Het mooiste echter is ons terras, dat uitzicht biedt op een kleine ‘waterhole’ en op de rotswanden van het Waterberg plateau in de verte. Een stuk of wat uiterst comfortabele stoelen staan garant voor een aantal ontspannen uurtjes. Dergelijke stoelen zijn we nog niet eerder tegengekomen. We kunnen ook een ‘game drive’ doen over het uitgestrekte gebied dat tot het domein van de lodge behoort. Met sundowner bij de Hippo Lake. We zien heel wat verschillende antilopensoorten, zoals de zeldzame Lechwe, die we al eerder in het watergebied bij de Okavango zagen. Heerlijk..





Over de bouw van de open safari auto is goed nagedacht. Er zijn twee bankje achterop, elk plaats biedend aan twee of drie gasten. Op het dak van de cabine is een rek geplaatst, zodanig dat de balk precies op ooghoogte van de safarigangers zit. Op deze manier word je niet afgeleid door dieren, die zich voor de auto bevinden en kun je geheel concentreren op het wild dat geheel onverwacht naast de auto opduikt. 
Bij de Hippo Lake aangekomen legt onze gids een paar balen gras aan de oever neer, speciaal voor dit doel meegenomen. Vaak komen dan de nijlpaarden het water uit om zich tegoed te doen aan deze gratis maaltijd, maar deze keer niet. Ze lijken nerveus en de reden wordt snel duidelijk. Aan de andere kant van het meer drijft een dode nijlpaard. Volgens onze gids de ‘moeder’ van de groep. Al sinds haar jonge jaren een goede bekende van alle medewerkers van de lodge en de verslagenheid is dan ook groot. 
Niet alles is somber deze dag. De schitterende bijeneters brengen weer wat kleur in de game drive en opnieuw zien we een grote verscheidenheid aan dieren. 



Eén van de soorten die we nog nergens hebben kunnen bewonderen is de eland antilope, de grootste antilope van  Afrika. We zijn dan ook blij verrast als we er die avond eindelijk één te zien krijgen. Weliswaar als deel van het hoofdgerecht, maar we kunnen hem van heel dichtbij bekijken. Hij doet het prima in de goulash.
En dan is het opeens de laatste dag van onze rondreis door Namibië. We leveren onze, ietwat gehavende, Toyota in, verkopen de gitaar terug aan het pandjeshuis, waar we hem vier weken geleden kochten en stappen in het vliegtuig. De oudste van ons reisgezelschap brengt zijn Flight Simulator ervaringen in de praktijk in de cockpit van de Airbus 300, maar desondanks arriveren we de volgende ochtend ongedeerd op Schiphol. Dertig graden kouder, maar de warmte van Namibië blijft ongetwijfeld nog lang bij ons. Fijn dat jullie mee hebben willen reizen....





16 Feb 2018

Namibië deel 7 - De Okavango


We rijden langs de Kavango ( of Okavango) rivier naar het oosten. Waar de rivier afbuigt naar het zuiden, buigen wij mee en bereiken zo de grens van Botswana. Je moet even tijd uittrekken voor een grensovergang. Voornamelijk om een aantal formulieren in te vullen en te wachten tot een beambte tijd vindt om je te woord te staan. In het douane gebouwtje treffen wij drie loketten. Om verwarring te voorkomen zijn zij genummerd, zodat wij ons geheel volgens protocol aan loket 1 vervoegen. Eerst een formulier invullen natuurlijk. Naam, paspoortnummer, adres, bestemming, plaats van herkomst, kenteken, telefoonnummer, beroep en zo nog een aantal essentiële zaken. Niet dat er iemand kijkt wat je hebt ingevuld. Bij beroep geef ik op: ‘paedophile (retired)’ en dat is kennelijk een prima binnenkomer. Aan de overzijde van het kantoortje worden dezelfde soort formulieren ingevuld door degenen, die het land weer verlaten en de beambte pendelt rustig heen en weer tussen vertrekkende en arriverende reizigers. Gelukkig vindt hij in zijn stressvolle baan ook tijd om regelmatig zijn facebook pagina te raadplegen. Wij kunnen daar ook een blik op werpen en gezien de geposte foto’s besluit ik een eventueel vriendschapsverzoek te negeren.
Zo’n drie kwartier later staan wij weer buiten en vervolgen onze weg richting Drotsky’s Cabins, een onderkomen gelegen aan de rivier en een bekend toevluchtsoord voor de serieuzere vogelaar.


 Eén van de grootste bijzonderheden is de Pel’s Fishing Owl, een zeldzame, reusachtige uil, die ‘s nachts uit vissen gaat. Eén van de personeelsleden wordt met ons op pad gestuurd om de uil te zoeken, maar een uur rondlopen levert niets op. De boottocht die avond is ook weer inclusief een ‘owl-spotting’ walk, maar weer tevergeefs. Zelfs de tweede boottocht de volgende ochtend levert geen resultaat op. Een lichte paniek maakt zich van het management meester. Ik verzeker ze dat we genoten heb van de boottocht en de vele andere vogels, die we gezien hebben, maar het baat niet. Geen Pel’s Fishing Owl. Hun reputatie staat op het spel. Als wij ons op het terras genesteld hebben voor een kopje koffie komt de vrouwelijke manager haastig aangelopen. Zij heeft net een telefoontje gekregen dat de uil is gesignaleerd op hun kampeerterrein terrein en wel ‘camping spot 4’ . We moeten halsoverkop weer de boot in om daar heen te varen. En jawel na enig zoeken in vinden we de vogel, hoog in de boom. Na wat manoevreren kan ik zelfs, door takken en gebladerte heen, een foto maken. Ik moet zeggen: het was alle inspanning waard. Wat een indrukwekkende verschijning.



Een opgeluchte manager wacht ons op bij terugkomst en wij kunnen eindelijk ontspannen op het terras zitten, met als achtergrond de panfluit CD, die wij alle dagen als achtergrondmuziek meekrijgen. Ze hebben deze CD in 1982 aangeschaft, in de speler gestopt en die op herhalen gezet. Het blijft mooi, El Condor Pasa, ook bij de tweehonderdste keer.
Drie dagen later gaan wij weer terug de grens over. Dezelfde formulieren, dezelfde loketten en weer drie kwartier. Ze hebben kennelijk mijn eerdere formuliertje niet gelezen, want ik mag zo weer passeren. Mogelijk was ‘retired’ voldoende geruststelling.
Onze bestemming is een prachtig gelegen kleine lodge, met een terras dat uitkijkt over de Okavango rivier en bij zonsondergang adembenemende uitzichten biedt. Wij worden weer uiterst vriendelijk begroet door de eigenares. Zij wordt vergezeld door twee honden, een zachtaardige herdershond en een racistische tekkel, die alleen blaft naar de zwarte personeelsleden. Wij geven kleine Geert toch een paar biscuitjes.