11 Jun 2018

De bergen in (deel 2)

Het is donderdag en de zon doet al vroeg zijn best. Zelfs de bergen in de verte, waarvan de toppen doorgaans in wolken gehuld zijn,  tonen al hun contouren. Vandaag hebben we afgesproken met een Spaanse gids op pad te gaan. Om 8 uur precies staat hij klaar bij ons huisje en stelt zich in goed verstaanbaar Engels voor. Alberto, heet hij en de meeste tijd is hij werkzaam als een soort boswachter in de Sierra de Guara, het berggebied waar wij op uitkijken. In zijn vakanties en op zijn vrije dagen klust hij bij als vogelgids. Met een brede glimlach voegt hij daaraan toe dat zijn vrouw dat niet altijd leuk vindt. Hij is net 14 dagen op pad geweest met een groep bejaarde Amerikaanse vogelaars, die al zoveel van dergelijke trips gemaakt hebben dat ze, net voor hun overlijden, nog de vijfduizendste soort willen afvinken. En daar hebben ze goed geld voor over. Ik zeg hem maar even niet wat mijn ‘life score’ is en verzeker hem dat wij blij zijn met alles wat we te zien gaan krijgen. Hij pakt het serieus aan. Eerst gaan we op zoek naar de Havikarend. In de wijde omtrek is er nog maar één exemplaar te vinden. Een vrouwtje, dat haar partner een paar jaar geleden heeft verloren, toen die tegen een elektriciteitsdraad vloog. Alberto weet precies de vallei waar zij zich ophoudt en speurt lang en intensief alle hellingen af, op zoek naar de weduwe. Tevergeefs. Nou ja, dat kan gebeuren. Heb ik al eens een Ortolaan gezien, vraagt hij. Nee? Dan weet hij de juiste plek. We rijden een kwartiertje naar een andere helling en dan stopt hij om het vogeltje uit de Buxus struiken te lokken. Uit zijn telefoon klinkt de zang van de gors, maar er volgt geen reactie. Alberto kijkt zorgelijk. Weer een nederlaag? Dan zien wij plotseling een Ortolaan zitten, boven in een struik. Kennelijk toch afgekomen op de digitale lokroep. Een high-five beklinkt deze ‘lifer’. 



Zo brengen we een aangename dag door met onze gids, een geweldige vogelkenner en een beminnelijk mens. ‘Now let’s find the Lammergeyer’, zegt hij ‘s middags. De Lammergier is de zeldzaamste van de giersoorten in Europa en daarom een wenssoort van elke zichzelf respecterende vogelaar. ‘Hebben we daar nog tijd voor?’, informeren we bezorgd, want zijn telefoon heeft al een aantal malen dringend gerinkeld. ‘My wife’, zegt Alberto dan en negeert de oproep vervolgens. Wij maken ons meer zorgen over zijn huwelijk dan hijzelf, want hij geeft aan dat als hij rond drie uur terug is, er geen enkel probleem bestaat. Vevolgens is hij tot bijna half zes bezig alle uithoeken van de Sierra op te zoeken op zoek naar de Lammergier. Na elke vergeefse poging zegt hij dat hij nog één andere plek weet, waar ze eigenlijk altijd te zien zijn, maar het levert allemaal niks op. Nou ja, gieren zat, maar allemaal Vale Gieren. Honderden. 




We verzekeren hem dat we desondanks een heerlijke dag gehad hebben, maar het zit hem niet lekker. 
De volgende dag, op ons laatste tochtje in de Pyreneeen vinden we hem zowaar zelf, zwevend hoog boven de helling. Te ver voor een behoorlijke foto, maar zijn silhouet is onmiskenbaar. We zullen het Alberto nog laten weten. Als hij niet volledig is ingestort na zijn frustrerende ervaring...




We maken ook nog een wandelingetje door ons dorp. Vijftien huizen en een kerk. Als we na na twee minuten de nederzetting aan de ander kant verlaten treffen we een oud vrouwtje dat bezig is wat kruiden te plukken in de berm. Omdat lokale betrekkingn belangrijk zijn, zeggen we vriendelijk ‘hola’. Ze glimlacht terug en begint in rap Spaans aan een hartverscheurend verhaal. Haar man is acht jaar geleden omgekomen bij een aanslag van de ETA en haar oudste zoon, die  in Barcelona woont, heeft gisteren net een auto ongeluk gehad, waarbij hij zijn beide benen gebroken heeft. Haar schoondochter werd daarbij uit de auto geslingerd en overleed na een val in de afgrond. Zelf moet  zij hier rond zien te komen van honderd euro in de maand. Het bosje kruiden, dat zij vasthoudt is alles wat haar de rest van de week in leven moet houden. Van haar hele verhaal heb ik alleen ‘Barcelona’ en ‘aqui’ verstaan, maar soms zijn er niet veel woorden nodig om toch de tragiek van iemands leven te begrijpen. Geroerd nemen wij afscheid.’Adios’, geven we haar mee. Uit de grond van ons hart. De hop kijkt goedkeurend toe.



3 Jun 2018

De bergen in

Wij hebben het plan opgevat om een weekje aan de voet van Pyreneeen door te brengen. De Spaanse kant, want daar hebben we eerder goede ervaringen mee opgedaan.. De rit naar het zuiden verloopt voorspoedig, zeker tot aan Parijs. We willen eigenlijk met een wijde boog om de stad heen rijden, maar de Tomtom besluit anders. Hij stuurt ons met strenge instructies de Boulevard Périphérique op, waar we ons in de Franse verkeerschaos storten. Op een gegeven moment besluit de Grote Navigator opeens dat het lonend is om de boulevard te verlaten, een paar honderd meter over een vaag stuk asfalt te rijden en vervolgens weer trachten in te voegen tussen het toeterend blik. We doen dit braaf en verlaten Parijs een tijdje later min of meer levend.
Om een uur of vijf starten we de booking.com app op en zoeken een onderkomen niet te ver van de tolweg. Onmiddelijk na de bevestigingsmail worden we gebeld door de eigenaresse van het hotel. Spreek ik misschien Frans of Engels? ‘Un peu’ en ‘yes’, laat ik weten. Verrassend genoeg gaat ze verder in heel behoorlijk Engels. Fransen en Engelsen hebben altijd een soort haat-liefde verhouding met elkaars taal. En misschien kan liefde daar wel uit geschrapt. Engelsen leren zeker ook Frans op school, maar merken dan tot hun verrassing dat in Frankrijk geen mens hun pogingen verstaat. Zij zeggen dan verontwaardigd dat ‘the bloody French don’t even speak their own language properly’ en dat komt volgens hen doordat de Fransen vasthouden aan hun ‘continental pronunciation’. De vriendelijke dame echter redt zich prima in het Engels en vraagt of wij soms de maaltijd daar willen gebruiken, met een ander Nederlands stel dat in het hotel verblijft. En of wij toch niet liever kiezen voor de wat duurdere kamer en-suite, die een breder bed heeft. Als we een uurtje later bij het hotel arriveren biedt zij ons die kamer opnieuw aan, met een behoorlijke korting. Het bed is heerlijk. De maaltijd ook, overigens. Elke keer als wij voldaan achterover leunen om het eten te laten indalen veschijnt er weer een volgende gang. Kortom, een goed begin van onze vakantie.




De volgende dag rijden wij door naar onze bestemming in een klein Spaans dorpje. De Tomtom stuurt ons eerst naar een ander dorpje, maar een vriendelijke inwoner vertelt ons in rap Spaans dat wij in het vorige gehucht moeten zijn en dat het bewuste huis aan de rand daarvan ligt en makkelijk te vinden is. Ik versta er geen woord van, behalve de naam van het dorp, maar ik bedank hem hartelijk (hoop ik) en vijf minuten later staan we bij ons huisje. prima ingericht en met een terras op de tweede verdieping, dat een weids uitzicht biedt op de bergen in de verte. Op slechts enkele tientallen meters vliegen Aasgieren boven ons langs. Natuurlijk hebben wij die in Nederland ook, maar daar zweven ze hoog boven het gewone volk, op zoek naar bonussen en vertrekpremies. 
Een nachtegaal zingt de hele dag en een groot deel van de nacht vanuit een boom naast ons terras. Heerlijk. Vakantie.











20 Feb 2018

Namibië deel 8 - De laatste dagen

Geheel onstpannen zitten wij op ons terras van de kleinschalige Mobola Lodge en bespreken de plannen voor de volgende dag. Opeens wordt er luid gegild door één der onschuldige reizigers, die vervolgens bovenop de stoel klimt en naar beneden wijst. Een fikse slang heeft zich laten vallen uit de balken van het rieten dak en is vlak naast ons terechtgekomen. In zijn bek heeft hij een forse boomkikker, waarmee hij haastig de beschutting van de bomen opzoekt. Als onze hartslag weer tot aanvaardbaar tempo is gezakt, maak ik nog gauw een foto voor de nabestaanden. Later horen wij dat het om een niet-giftige ‘bush snake’ ging. Nou ja, het kan niet altijd een cobra zijn en we hebben toch de insteek met een meerderheid van de reizigers weer thuis te komen.





Zo zijn we dan in onze laatste week aangeland. In Namibië althans. We laten de Okavango rivier achter ons en rijden naar het Waterberg Plateau National Park, een kleine 400 kilometer ten noorden van Windhoek. Vanwege de lange rit hebben we halverwege een overnachting geboekt in Roy’s Restcamp. Roy blijkt dood te zijn. Een een flink aantal jaren al. Vandaar ‘Restcamp’ waarschijnlijk. Het onderkomen is prima voor een nachtje. Het ontwerp van de huisjes lijkt weliswaar gebaseerd op de kist van Roy, maar er staat een goed bed en met de maaltijd in het restaurant is niets mis. 
Muggen zijn er gelukkig nauwelijks, maar we worden wel af en toe geteisterd door vliegjes, die steevast kleverig op hoofd en armen blijven landen. We vermoeden het al, maar als één van ons het nazoekt in de insectengids, blijkt dat het inderdaad gaat om Kleine Kutvliegjes (Omniflixus Vaginalus). Een irritante soort, die helaas nog niet op de rode lijst staat. Voor de vogelaar heeft het kamp één grote specialiteit, de ‘Black-faced Babbler’, die bijna nergens anders in Namibië te zien is. Ik ben de volgende dag dan ook vroeg uit de veren om op zoek te gaan. Nog voor het ontbijt heb ik hem te pakken. Niet de meest kleurrijke vogel, maar een mooie voor de lijst. De kleuren krijg ik wel voorgeschoteld van een prachtige glansspreeuw





Ons onderkomen bij het Waterberg gebied is van een geheel ander kaliber. De badkamer is zo groot dat de wandeling naar de douche al een avondvullende bezigheid is. Voor mij dan. Goudkleurige kranen bij de dubbele wastafel en een complete kastenwand met spiegel in de slaapkamer.  Het mooiste echter is ons terras, dat uitzicht biedt op een kleine ‘waterhole’ en op de rotswanden van het Waterberg plateau in de verte. Een stuk of wat uiterst comfortabele stoelen staan garant voor een aantal ontspannen uurtjes. Dergelijke stoelen zijn we nog niet eerder tegengekomen. We kunnen ook een ‘game drive’ doen over het uitgestrekte gebied dat tot het domein van de lodge behoort. Met sundowner bij de Hippo Lake. We zien heel wat verschillende antilopensoorten, zoals de zeldzame Lechwe, die we al eerder in het watergebied bij de Okavango zagen. Heerlijk..





Over de bouw van de open safari auto is goed nagedacht. Er zijn twee bankje achterop, elk plaats biedend aan twee of drie gasten. Op het dak van de cabine is een rek geplaatst, zodanig dat de balk precies op ooghoogte van de safarigangers zit. Op deze manier word je niet afgeleid door dieren, die zich voor de auto bevinden en kun je geheel concentreren op het wild dat geheel onverwacht naast de auto opduikt. 
Bij de Hippo Lake aangekomen legt onze gids een paar balen gras aan de oever neer, speciaal voor dit doel meegenomen. Vaak komen dan de nijlpaarden het water uit om zich tegoed te doen aan deze gratis maaltijd, maar deze keer niet. Ze lijken nerveus en de reden wordt snel duidelijk. Aan de andere kant van het meer drijft een dode nijlpaard. Volgens onze gids de ‘moeder’ van de groep. Al sinds haar jonge jaren een goede bekende van alle medewerkers van de lodge en de verslagenheid is dan ook groot. 
Niet alles is somber deze dag. De schitterende bijeneters brengen weer wat kleur in de game drive en opnieuw zien we een grote verscheidenheid aan dieren. 



Eén van de soorten die we nog nergens hebben kunnen bewonderen is de eland antilope, de grootste antilope van  Afrika. We zijn dan ook blij verrast als we er die avond eindelijk één te zien krijgen. Weliswaar als deel van het hoofdgerecht, maar we kunnen hem van heel dichtbij bekijken. Hij doet het prima in de goulash.
En dan is het opeens de laatste dag van onze rondreis door Namibië. We leveren onze, ietwat gehavende, Toyota in, verkopen de gitaar terug aan het pandjeshuis, waar we hem vier weken geleden kochten en stappen in het vliegtuig. De oudste van ons reisgezelschap brengt zijn Flight Simulator ervaringen in de praktijk in de cockpit van de Airbus 300, maar desondanks arriveren we de volgende ochtend ongedeerd op Schiphol. Dertig graden kouder, maar de warmte van Namibië blijft ongetwijfeld nog lang bij ons. Fijn dat jullie mee hebben willen reizen....





16 Feb 2018

Namibië deel 7 - De Okavango


We rijden langs de Kavango ( of Okavango) rivier naar het oosten. Waar de rivier afbuigt naar het zuiden, buigen wij mee en bereiken zo de grens van Botswana. Je moet even tijd uittrekken voor een grensovergang. Voornamelijk om een aantal formulieren in te vullen en te wachten tot een beambte tijd vindt om je te woord te staan. In het douane gebouwtje treffen wij drie loketten. Om verwarring te voorkomen zijn zij genummerd, zodat wij ons geheel volgens protocol aan loket 1 vervoegen. Eerst een formulier invullen natuurlijk. Naam, paspoortnummer, adres, bestemming, plaats van herkomst, kenteken, telefoonnummer, beroep en zo nog een aantal essentiële zaken. Niet dat er iemand kijkt wat je hebt ingevuld. Bij beroep geef ik op: ‘paedophile (retired)’ en dat is kennelijk een prima binnenkomer. Aan de overzijde van het kantoortje worden dezelfde soort formulieren ingevuld door degenen, die het land weer verlaten en de beambte pendelt rustig heen en weer tussen vertrekkende en arriverende reizigers. Gelukkig vindt hij in zijn stressvolle baan ook tijd om regelmatig zijn facebook pagina te raadplegen. Wij kunnen daar ook een blik op werpen en gezien de geposte foto’s besluit ik een eventueel vriendschapsverzoek te negeren.
Zo’n drie kwartier later staan wij weer buiten en vervolgen onze weg richting Drotsky’s Cabins, een onderkomen gelegen aan de rivier en een bekend toevluchtsoord voor de serieuzere vogelaar.


 Eén van de grootste bijzonderheden is de Pel’s Fishing Owl, een zeldzame, reusachtige uil, die ‘s nachts uit vissen gaat. Eén van de personeelsleden wordt met ons op pad gestuurd om de uil te zoeken, maar een uur rondlopen levert niets op. De boottocht die avond is ook weer inclusief een ‘owl-spotting’ walk, maar weer tevergeefs. Zelfs de tweede boottocht de volgende ochtend levert geen resultaat op. Een lichte paniek maakt zich van het management meester. Ik verzeker ze dat we genoten heb van de boottocht en de vele andere vogels, die we gezien hebben, maar het baat niet. Geen Pel’s Fishing Owl. Hun reputatie staat op het spel. Als wij ons op het terras genesteld hebben voor een kopje koffie komt de vrouwelijke manager haastig aangelopen. Zij heeft net een telefoontje gekregen dat de uil is gesignaleerd op hun kampeerterrein terrein en wel ‘camping spot 4’ . We moeten halsoverkop weer de boot in om daar heen te varen. En jawel na enig zoeken in vinden we de vogel, hoog in de boom. Na wat manoevreren kan ik zelfs, door takken en gebladerte heen, een foto maken. Ik moet zeggen: het was alle inspanning waard. Wat een indrukwekkende verschijning.



Een opgeluchte manager wacht ons op bij terugkomst en wij kunnen eindelijk ontspannen op het terras zitten, met als achtergrond de panfluit CD, die wij alle dagen als achtergrondmuziek meekrijgen. Ze hebben deze CD in 1982 aangeschaft, in de speler gestopt en die op herhalen gezet. Het blijft mooi, El Condor Pasa, ook bij de tweehonderdste keer.
Drie dagen later gaan wij weer terug de grens over. Dezelfde formulieren, dezelfde loketten en weer drie kwartier. Ze hebben kennelijk mijn eerdere formuliertje niet gelezen, want ik mag zo weer passeren. Mogelijk was ‘retired’ voldoende geruststelling.
Onze bestemming is een prachtig gelegen kleine lodge, met een terras dat uitkijkt over de Okavango rivier en bij zonsondergang adembenemende uitzichten biedt. Wij worden weer uiterst vriendelijk begroet door de eigenares. Zij wordt vergezeld door twee honden, een zachtaardige herdershond en een racistische tekkel, die alleen blaft naar de zwarte personeelsleden. Wij geven kleine Geert toch een paar biscuitjes.



12 Feb 2018

Namibië deel 6 - richting Kavango river

Het laatste resrcamp dat wij bezoeken in Etosha National Park is Namutoni, in het oostelijk deel. De afstand is slechts 80 kilometer, maar er is zoveel te zien, dat we er ruim vijf uur over doen. Zo zijn daar de cheeta’s, die we plotseling langs de kant van de weg zien. Drie nogal liefst. Twee van hen lijken nog goed in staa in volle sprint een springbok te achterhalen, maar de derde is aangewezen op de vrijgevigheid van zijn metgezellen. Naar aloud gebruik binnen onze familie, dopen we hem ‘limpie’. We hopen dat hij het redt. Dat is binnen onze familie eveneens een traditionele insteek.


Het Namutoni restcamp is gebouwd rond een oud Duits fort, blinkend wit in de Afrikaanse zon. In de folder lezen wij:’ 'From the walls of the fort you can enjoy an elevated view of the King Nehale Waterhole allowing for great game viewing without leaving the camp. The walls of the fort are also and excellent spot for sundowners'
De realiteit is net anders. De waterhole ligt verscholen achter een groot rietveld. Dat wordt dan ‘s avonds wel weer mooi belicht door de spotlights, die hier hun werk naar behoren doen. Mogelijk dat er allerlei exotische dieren komen drinken, maar de bezoeker ziet alleen riet. 
Een ‘sundowner’ op de muren van het fort, zoals wordt gesuggereerd, is mogelijk, maar niet aan te bevelen. Het houten ‘viewing deck’ op de muur is in dermate slechte conditie, dat er veel meer’down’ gaat dan alleen de zon, als je je er op waagt. Positief is de zeer klantvriendelijke benadering die ons ten deel valt. Een groot verschil met de andere restcamps. En de ‘game drives’ vanuit deze plek zijn mooi, zowel vanwege het afwisselende landschap als de waarnemingen van vogels en dieren. Vlakbij de weg zit een prachtige Red-necked Falcon zijn prooi te plukken, terwijl een paar takken hoger de jonge valk wacht tot hij zijn deel krijgt. 



Het hoogtepunt van onze rondrit wordt echter gevormd door de onverwachte verschijning van een reusachtige zwarte neushoorn. Zijn hoorns zijn kennelijk afgezaagd om te voorkomen dat ze tegen torenhoge tarieven het libido van de rijkere Chinees opkrikken ( na het afschaffen van de één-kind politiek is daar weer behoefte aan), maar hij is er niet minder imposant om. 


Februari is het regenseizoen, maar de enige regen, die wij tot nu toe gehad hebben, viel ‘s nachts. Dat is anders als wij vertrekken. Bijna de gehele 430 kilometer naar de Kavango rivier komt de regen met bakken naar beneden. Pas als wij in de buurt van Rundu komen, onze ‘one night stand’, klaart het op.   De timing had niet beter gekund. De lodge, waar wij verblijven is gespecialiseerd in het bereiden van traditionele lokale recepten en wij wagen ons aan wat ondefinieerbare schotels. Zonder noemenswaardige fysieke problemen vervolgen wij de volgende dag onze tocht naar de Okavango Panhandle in Botswana. Daarover later meer.


8 Feb 2018

Namibië deel 5 - Etosha

We laten de schoonheid van Kunene river achter ons en rijden naar het zuiden, langs dezelfde eindeloze asfaltweg. De navigatie app geeft aan dat we na 350 kilometer linksaf moeten. Dat wordt opletten. Onze tussenstop voor één nacht is het Oppi Koppi Restcamp. Het woord restcamp is wat overdreven, gezien het volume van de muziek in het restaurant. Het kamp wordt gerund door een Belgisch echtpaar, dat de carnavalstijd in het verre thuisland niet ongemerkt voorbij wil laten gaan. De huisjes zijn prima en een betere wifi dan hier zijn we nog nergens in Namibië tegengekomen. Achter een hek staren een paar struisvogels ons dreigend na, dus we eten die avond Gemsbok. Als we de volgende ochtend opstaan om onze rit te vervolgen, zijn de struisvogels losgebroken. Ze hebben kennelijk het dagmenu gezien. Achtervolgd door twee onverschrokken Jack Russels stuiven ze door het kamp tot groot vermaak van de gasten. Als de hondjes eerst gepakt zijn, worden de uitbrekers teruggelokt in binnen hun omheining.
Etosha National Park. Ik ken het slechts uit natuurrfilms met beelden van drinkplaatsen, waar honderden dieren zich verzamelen, beloerd door leeuwen en hyena’s. Zou dat werkelijk het beeld worden? We betrekken een ‘family unit’ in het grote Okaukuejo Camp. Het welkom bij de receptie van het kamp roept weer herinneringen op aan het inchecken in het Kruger Park. Het enige warme aan onze ontvangst is de temperatuur buiten. Het huis is prima, alleen doet de airco het niet in onze slaapkamer. Nadat één van ons een meer dan geslaagde imitatie doet van Mugabe in zijn beste jaren, wordt ons een alternatief aangeboden. De helft van het gezelschap kan gebruik maken van een waterhole chalet voor de nacht. 
De ‘waterhole’ van het kamp is overigens fantastisch. De drinkplaats ligt net buiten het hek en wordt ‘s avons verlicht door een aantal spotlights. Er is een mini tribune gebouwd voor de toeschouwers en er staan wat losse bankjes. Die avond komen zebra’s, springbokken, giraffen en jakhalzen drinken, maar het hoogtepunt is toch het bezoek van twee zwarte neushoorns. Ademloos zitten we urenlang te kijken. Wat een ervaring. Bijna niet te fotograferen allemaal, maar de beelden staan nog op ons netvlies.


De ‘game drives’ die we met z’n vieren doen vanuit het kamp zijn even mooi. Als op de eerste dag zien we zeven leeuwen op verschillende plekken. Sommige zijn zelfs wakker. Jonge jakhalzen spelen op de weg voor ons en we zien talloze zebra’s en springbokken. 


Als we naar onze volgen kamp, Halali, rijden schakelen de geweldige taferelen zich aaneen. De beelden bij de waterholes, die we bezoeken komen geheel overeen met de films van vroeger. Enorme kuddes zebra’s lopen af en aan, afgewisseld door springbokken en gnoe’s. 

Weliswaar houd ik niet zo van gnoe’s, maar ik zet me er overheen. ‘Jullie mogen er ook zijn’, fluister ik zachtjes, want ik heb al een hoop therapie gevolgd. Minder talrijk zijn de koedoe’s en hartebeesten. Hartebeesten zien er wat droeftoeterig uit, met een te lange snuit waar ook nog eens een zwarte streep over loopt. Het zijn duidelijk geen levensgenieters. We noemen ze van nu af niet-van-hartebeesten.



Bij één waterhole zien we midden op de dag twee, nee zelfs drie hyena’s. Een paar impala’s ( die hier overigens ook al een zwarte snuit hebben; dat kan geen toeval zijn) lopen met een grote boog om hen heen om uitdagend verderop wat slokken te nemen. ‘Catch me, if you can...’



Het meest spectaculaire onderdeel van de rit is echter de tor, die door het achterraam de auto binnen vliegt. Denk hierbij niet aan zo’n lullig torretje dat bij ons in de tuin rondloopt. Nee, dit gevleugelde monster heeft de spanwijdte van een volwassen albatros en de paniek op de achterbank is dan ook onbeschrijflijk. Het gegil betekent dat het verdere wild in een omtrek van vijf kilometer een goed heenkomen zoekt. Dat scheelt weer een hoop turen.
Ook Halali heeft een eigen waterhole. We klimmen in de avond over een rotspad omhoog en daar ligt in de diepte de drinkplaats. Aangezien de spotlight niet werkt is er eigenlijk niets te onderscheiden. Een stel Fransen staat met grote overtuiging een rotsblok in de verte te fotograferen en verzekeren ons dat het om een ‘rhinoceros’ gaat. ‘Ze black one’, voegen ze er nog aan toe, maar dat hadden wij in de duisternis al begrepen.


3 Feb 2018

Namibië deel 4 - naar het noorden

Wij vertrekken naar het noorden en verlaten de kust. Naarmate we verder landinwaarts rijden lost de zeemist op en stijgen de temperaturen. Swakopmund ligt zeker in de tropen, maar de 18 graden deed daar wat afbreuk aan.. Wij zijn geharde reizigers, dus wij klagen niet over deze winterse dagen. Ons uiteindelijke doel is de Kunene rivier op de grens met Angola, maar we maken halverwege een tussenstop in Madisa camp, midden in het prachtige, droge Damaraland. Het is hier 33 graden. Heet natuurlijk. Wij klagen weer niet. In de avond steken we de braai aan en genieten van onze maaltijd en adembenemende uitzicht. We besluiten de volgende ochtend gebruik te maken van de ontbijt optie. Eggs, sunny side up. Als we om wat toast vragen volgt een ongemakkelijke moment voor de lokale kok. ‘No bread, sorry.’ Ik lepel het zonnige eitje naar binnen. Er ligt wel een plakje tomaat bij.


Op naar Kunene. Een lange rit. Wij rekenen op 550 kilometer ‘dirt road’, maar tot onze verbazing reikt het asfalt tot bijna bij onze bestemming. Met zo’n 120km/u glijden wij over het wegdek, enkel vaart minderend voor de koeien, ezels en geiten. Die doen  zich tegoed aan het schaarse gras in de bermen en steken op de meest onverwachte ogenblikken over om een net wat groener stukje te verkennen aan de andere kant van de weg. Een enkele koe blijft gewoon midden op de weg staan en kijkt wat verbolgen op als er weer een toerist zijn magere flanken op een haar na mist. Op onze hele rit zien wij slechts een handvol andere auto’s. Stel je een rit voor van Amsterdam naar Parijs met slechts tien keer een tegenligger. Als er op een gegeven moment drie auto’s kort na elkaar ons tegemoet komen, slaat even het file-gevoel toe.

De laatste 70 kilometer is wel weer een onverharde weg en één, die onze ‘four-wheel drive’ behoorlijk test. We arriveren bij de lodge, schitterend gelegen aan de rivier. Een vogelbestemming bij uitstek. Ik probeer gelijk een ‘sunrise birding cruise’ te boeken voor de volgende ochtend, maar tot mijn ontzetting kan de boot niet gebruikt worden. De gids is een aantal dagen weg en er is niemand anders, die de boot kan besturen. Al mijn vogelplannen, de reden waarom ik dit onderkomen heb geboekt, vallen in het water. Of juist niet. Duizend verontschuldigingen, maar geen oplossing. Wij leggen ons er maar bij neer en besluiten een paar dagen te relaxen. Daar is het een prima plek voor met een terras aan de rivier en een zwembad. We besluiten ons B&B arrangement uit te breiden met het avondeten. We dienen dan een keuze te maken tussen twee voor- hoofd- en nagerechten en kenbaar te maken hoe laat wij willen eten. Welke tijd we opgeven is verder niet belangrijk. Het eten rond half acht opgediend. Maar je hebt toch het fijne idee, dat je daar invloed op hebt gehad. Ook bij het ontbijt is het heerlijk om één eitje te bestellen en er dan toch gewoon twee te krijgen. Afrika in optima forma. Democratie is mooi voor het gevoel van het volk, maar de leider weet heus wat het beste is voor je. Tot in detail.




"




Met de vogels komt het overigens nog aardig goed. De enthousiaste interim manager, een genaturaiseerde Amerikaanse, geeft tips over te bezoeken plekjes en verschaft me toegang tot het prive terras van de eigenaar. Om de ‘Giant Kingfisher’ te zien en de ‘Yellow- bellied Greenbul’ te fotograferen.ik zie nog aardig wat specialiteiten van de regio. ‘s Middags verblijven wij in de schaduw van de lapa en speel ik wat gitaar. De eenzame vleermuis, die daar in de balken hangt, hoort het gelaten aan. Als ik tenslotte een traditioneel Engels slaapliedje zing, denkt hij kennelijk: ‘Ah zij gaan slapen, dan moet ik aan het werk. Geruisloos vliegt hij een paar rondjes en verdwijnt dan in het zonlicht.