17 Nov 2018

Gambia, slot

Een middagwandelingetje met z’n tweeën is nog niet zo simpel in Gambia. We willen eerst op de eerder genoemde Kotu bridge een half uurtje staan om IJsvogels te fotograferen. De daar rondhangende gidsen van de Gambia Bird Association hebben andere ideeën. Er schuift er gelijk één naast ons, die zich voorstelt. Vervolgens begint hij ongevraagd allerlei vogels aan te wijzen. ‘Have you seen the Western Reef Heron over there?’ Ja die hebben we gezien en ik richt mijn lens op een mooi zittende Pied Kingfisher. ‘And that is a Pied Kingfisher’, klinkt het links van mij. ‘You’re kidding’ zeg ik terug en leg uit dat we gewoon even samen hier willen staan om te fotograferen. ‘No problem, no problem’
Hij loopt weg, maar onmiddellijk klampt nummer twee ons aan. ‘You German?’, vraagt  hij. Hij weet het nog niet, maar zijn kansen op een kortlopend contract zijn zojuist met 90 % gedaald. Op die manier moeten we de één na de andere gids van ons af praten. Zelfs Bax, waar we eerder een wandeling mee maakten, komt buurten, hopend op een nieuwe opdracht. Ik leg opnieuw uit dat we morgen zeker weer van een gids gebruik zullen maken, maar dat we nu even rustig willen fotograferen, zonder de hele tijd lastig gevallen te worden. Daar heeft Bax alle begrip voor. ‘Perhaps a boat trip, tomorrow?’. Hij wijst op de wankele kano, waar één van de gidsen onvermoeibaar water uit aan het hozen is. ‘You’ll get very close to the Kingfishers’. Daar twijfel ik niet aan. Iets te dichtbij, vrees ik. Mijn echtgenote maakt Bax met enkele gecondenseerde Engelse zinnen duidelijk dat het gesprek nu afgelopen is.




De volgende dag geven we inderdaad de lokale economie weer een boost door met een gids een paar uur op pad te gaan. Eerst naar Brufut Wood, een bij vogelaars bekend bosgebied waar in rap tempo bomen verdwijnen, opgeofferd aan bouwsels voor rijke Gambianen en warmtezoekende Europeanen. Het afschrikwekkende prikkeldraad vormt wel een mooi contrast met een prachtige ‘Beautiful Sunbird’



Daarna bezoeken wij Tanji, de meest bekende vissersplaats van Gambia. Aan het eind van de middag komen daar de bontgekleurde vissersbootjes terug uit zee om hun lading aan land te brengen. Dat wordt gedaan door vrouwen, die met emmertjes en mandjes door de branding naar de boten waden. Zes emmertjes worden volgens opdracht van de kapitein afgeleverd op de markt en het zevende mogen zij zelf houden als betaling. Het aantal kraampjes waar vis verkocht wordt is niet te tellen en de variëteit, van platvis tot barracuda, is enorm. Noodgedwongen loop ik met mijn 400mm lens rond en ik schrik er wat voor terug om die brutaalweg op een kraamhouder te richten. Aan het eind van ons marktbezoek struikel ik en val op het asfalt evenals mijn camera. Wij blijken allebei gelukkig nog te werken.



Het is ons laatste uitje in Gambia. De dag daarna vliegen wij terug. De douane controle is misschien niet heel efficiënt, maar men is uiterst vriendelijk. Als ik één van de beambtes daarmee complimenteer wil hij gelijk telefoonnummers uitwisselen voor het geval ik volgend jaar terug kom.
Wij treffen een piloot, die erg zijn best doet. Hij ziet het als zijn taak ons uitgebreide informatie te geven over de gebieden, die ver beneden ons te zien zijn. Zoals de ijzertrein, de langste trein ter wereld, die over een traject van 700 km het ijzererts dwars door de sahara naar de kust van Mauritanië vervoert. Zijn weerbericht beperkt zich voornamelijk tot het weer in Sao Paulo.’Vierentwintig graden en kans op regen tijdens de kwalificatie van Max Verstappen…’ Daar is hij een groot fan van. Uit het raam zien wij op grote afstand de zilveren schittering van een vliegtuig dat gelijk met ons opvliegt. Bij de volgende chicane echter wordt hij er behendig uitgeremd door onze gezagvoerder.
Tot Frankrijk krijgen we rust, maar dan volgt opnieuw essentiële vluchtinformatie. ‘ Beneden ons kunt u de lichtjes zien van Rouen, zoals u misschien weet de geboortestad van Pierre Gasly, die volgend seizoen het Red Bull team komt versterken.’ Wij wisten dat niet. België doet hij wat achteloos af. Speelt geen rol van betekenis in de Formule 1. ‘Dan vliegen we over België en zetten we al de daling in voor onze aankomst op luchthaven Schiphol. Nou ja, luchthaven. Het is eigenlijk meer een groot winkelcentrum met een paar landingsbanen.’ Na de feitelijke landing heet hij ons welkom in Nederland, bedankt hij ons voor het vertrouwen in Tui en wenst hij ons een aangename zondag toe met het kijken naar de Grand Prix in Brazilië.

De dag daarna verspeelt Verstappen een zekere eerste plaats door een ongelukkige manoeuvre van Ocon. We zijn blij dat we niet met dezelfde gezagvoerder hoeven terug te vliegen. Een depressieve piloot kan nare gevolgen hebben.



1 comment: