11 Jun 2018

De bergen in (deel 2)

Het is donderdag en de zon doet al vroeg zijn best. Zelfs de bergen in de verte, waarvan de toppen doorgaans in wolken gehuld zijn,  tonen al hun contouren. Vandaag hebben we afgesproken met een Spaanse gids op pad te gaan. Om 8 uur precies staat hij klaar bij ons huisje en stelt zich in goed verstaanbaar Engels voor. Alberto, heet hij en de meeste tijd is hij werkzaam als een soort boswachter in de Sierra de Guara, het berggebied waar wij op uitkijken. In zijn vakanties en op zijn vrije dagen klust hij bij als vogelgids. Met een brede glimlach voegt hij daaraan toe dat zijn vrouw dat niet altijd leuk vindt. Hij is net 14 dagen op pad geweest met een groep bejaarde Amerikaanse vogelaars, die al zoveel van dergelijke trips gemaakt hebben dat ze, net voor hun overlijden, nog de vijfduizendste soort willen afvinken. En daar hebben ze goed geld voor over. Ik zeg hem maar even niet wat mijn ‘life score’ is en verzeker hem dat wij blij zijn met alles wat we te zien gaan krijgen. Hij pakt het serieus aan. Eerst gaan we op zoek naar de Havikarend. In de wijde omtrek is er nog maar één exemplaar te vinden. Een vrouwtje, dat haar partner een paar jaar geleden heeft verloren, toen die tegen een elektriciteitsdraad vloog. Alberto weet precies de vallei waar zij zich ophoudt en speurt lang en intensief alle hellingen af, op zoek naar de weduwe. Tevergeefs. Nou ja, dat kan gebeuren. Heb ik al eens een Ortolaan gezien, vraagt hij. Nee? Dan weet hij de juiste plek. We rijden een kwartiertje naar een andere helling en dan stopt hij om het vogeltje uit de Buxus struiken te lokken. Uit zijn telefoon klinkt de zang van de gors, maar er volgt geen reactie. Alberto kijkt zorgelijk. Weer een nederlaag? Dan zien wij plotseling een Ortolaan zitten, boven in een struik. Kennelijk toch afgekomen op de digitale lokroep. Een high-five beklinkt deze ‘lifer’. 



Zo brengen we een aangename dag door met onze gids, een geweldige vogelkenner en een beminnelijk mens. ‘Now let’s find the Lammergeyer’, zegt hij ‘s middags. De Lammergier is de zeldzaamste van de giersoorten in Europa en daarom een wenssoort van elke zichzelf respecterende vogelaar. ‘Hebben we daar nog tijd voor?’, informeren we bezorgd, want zijn telefoon heeft al een aantal malen dringend gerinkeld. ‘My wife’, zegt Alberto dan en negeert de oproep vervolgens. Wij maken ons meer zorgen over zijn huwelijk dan hijzelf, want hij geeft aan dat als hij rond drie uur terug is, er geen enkel probleem bestaat. Vevolgens is hij tot bijna half zes bezig alle uithoeken van de Sierra op te zoeken op zoek naar de Lammergier. Na elke vergeefse poging zegt hij dat hij nog één andere plek weet, waar ze eigenlijk altijd te zien zijn, maar het levert allemaal niks op. Nou ja, gieren zat, maar allemaal Vale Gieren. Honderden. 




We verzekeren hem dat we desondanks een heerlijke dag gehad hebben, maar het zit hem niet lekker. 
De volgende dag, op ons laatste tochtje in de Pyreneeen vinden we hem zowaar zelf, zwevend hoog boven de helling. Te ver voor een behoorlijke foto, maar zijn silhouet is onmiskenbaar. We zullen het Alberto nog laten weten. Als hij niet volledig is ingestort na zijn frustrerende ervaring...




We maken ook nog een wandelingetje door ons dorp. Vijftien huizen en een kerk. Als we na na twee minuten de nederzetting aan de ander kant verlaten treffen we een oud vrouwtje dat bezig is wat kruiden te plukken in de berm. Omdat lokale betrekkingn belangrijk zijn, zeggen we vriendelijk ‘hola’. Ze glimlacht terug en begint in rap Spaans aan een hartverscheurend verhaal. Haar man is acht jaar geleden omgekomen bij een aanslag van de ETA en haar oudste zoon, die  in Barcelona woont, heeft gisteren net een auto ongeluk gehad, waarbij hij zijn beide benen gebroken heeft. Haar schoondochter werd daarbij uit de auto geslingerd en overleed na een val in de afgrond. Zelf moet  zij hier rond zien te komen van honderd euro in de maand. Het bosje kruiden, dat zij vasthoudt is alles wat haar de rest van de week in leven moet houden. Van haar hele verhaal heb ik alleen ‘Barcelona’ en ‘aqui’ verstaan, maar soms zijn er niet veel woorden nodig om toch de tragiek van iemands leven te begrijpen. Geroerd nemen wij afscheid.’Adios’, geven we haar mee. Uit de grond van ons hart. De hop kijkt goedkeurend toe.



3 Jun 2018

De bergen in

Wij hebben het plan opgevat om een weekje aan de voet van Pyreneeen door te brengen. De Spaanse kant, want daar hebben we eerder goede ervaringen mee opgedaan.. De rit naar het zuiden verloopt voorspoedig, zeker tot aan Parijs. We willen eigenlijk met een wijde boog om de stad heen rijden, maar de Tomtom besluit anders. Hij stuurt ons met strenge instructies de Boulevard Périphérique op, waar we ons in de Franse verkeerschaos storten. Op een gegeven moment besluit de Grote Navigator opeens dat het lonend is om de boulevard te verlaten, een paar honderd meter over een vaag stuk asfalt te rijden en vervolgens weer trachten in te voegen tussen het toeterend blik. We doen dit braaf en verlaten Parijs een tijdje later min of meer levend.
Om een uur of vijf starten we de booking.com app op en zoeken een onderkomen niet te ver van de tolweg. Onmiddelijk na de bevestigingsmail worden we gebeld door de eigenaresse van het hotel. Spreek ik misschien Frans of Engels? ‘Un peu’ en ‘yes’, laat ik weten. Verrassend genoeg gaat ze verder in heel behoorlijk Engels. Fransen en Engelsen hebben altijd een soort haat-liefde verhouding met elkaars taal. En misschien kan liefde daar wel uit geschrapt. Engelsen leren zeker ook Frans op school, maar merken dan tot hun verrassing dat in Frankrijk geen mens hun pogingen verstaat. Zij zeggen dan verontwaardigd dat ‘the bloody French don’t even speak their own language properly’ en dat komt volgens hen doordat de Fransen vasthouden aan hun ‘continental pronunciation’. De vriendelijke dame echter redt zich prima in het Engels en vraagt of wij soms de maaltijd daar willen gebruiken, met een ander Nederlands stel dat in het hotel verblijft. En of wij toch niet liever kiezen voor de wat duurdere kamer en-suite, die een breder bed heeft. Als we een uurtje later bij het hotel arriveren biedt zij ons die kamer opnieuw aan, met een behoorlijke korting. Het bed is heerlijk. De maaltijd ook, overigens. Elke keer als wij voldaan achterover leunen om het eten te laten indalen veschijnt er weer een volgende gang. Kortom, een goed begin van onze vakantie.




De volgende dag rijden wij door naar onze bestemming in een klein Spaans dorpje. De Tomtom stuurt ons eerst naar een ander dorpje, maar een vriendelijke inwoner vertelt ons in rap Spaans dat wij in het vorige gehucht moeten zijn en dat het bewuste huis aan de rand daarvan ligt en makkelijk te vinden is. Ik versta er geen woord van, behalve de naam van het dorp, maar ik bedank hem hartelijk (hoop ik) en vijf minuten later staan we bij ons huisje. prima ingericht en met een terras op de tweede verdieping, dat een weids uitzicht biedt op de bergen in de verte. Op slechts enkele tientallen meters vliegen Aasgieren boven ons langs. Natuurlijk hebben wij die in Nederland ook, maar daar zweven ze hoog boven het gewone volk, op zoek naar bonussen en vertrekpremies. 
Een nachtegaal zingt de hele dag en een groot deel van de nacht vanuit een boom naast ons terras. Heerlijk. Vakantie.