17 Nov 2018

Gambia, slot

Een middagwandelingetje met z’n tweeën is nog niet zo simpel in Gambia. We willen eerst op de eerder genoemde Kotu bridge een half uurtje staan om IJsvogels te fotograferen. De daar rondhangende gidsen van de Gambia Bird Association hebben andere ideeën. Er schuift er gelijk één naast ons, die zich voorstelt. Vervolgens begint hij ongevraagd allerlei vogels aan te wijzen. ‘Have you seen the Western Reef Heron over there?’ Ja die hebben we gezien en ik richt mijn lens op een mooi zittende Pied Kingfisher. ‘And that is a Pied Kingfisher’, klinkt het links van mij. ‘You’re kidding’ zeg ik terug en leg uit dat we gewoon even samen hier willen staan om te fotograferen. ‘No problem, no problem’
Hij loopt weg, maar onmiddellijk klampt nummer twee ons aan. ‘You German?’, vraagt  hij. Hij weet het nog niet, maar zijn kansen op een kortlopend contract zijn zojuist met 90 % gedaald. Op die manier moeten we de één na de andere gids van ons af praten. Zelfs Bax, waar we eerder een wandeling mee maakten, komt buurten, hopend op een nieuwe opdracht. Ik leg opnieuw uit dat we morgen zeker weer van een gids gebruik zullen maken, maar dat we nu even rustig willen fotograferen, zonder de hele tijd lastig gevallen te worden. Daar heeft Bax alle begrip voor. ‘Perhaps a boat trip, tomorrow?’. Hij wijst op de wankele kano, waar één van de gidsen onvermoeibaar water uit aan het hozen is. ‘You’ll get very close to the Kingfishers’. Daar twijfel ik niet aan. Iets te dichtbij, vrees ik. Mijn echtgenote maakt Bax met enkele gecondenseerde Engelse zinnen duidelijk dat het gesprek nu afgelopen is.




De volgende dag geven we inderdaad de lokale economie weer een boost door met een gids een paar uur op pad te gaan. Eerst naar Brufut Wood, een bij vogelaars bekend bosgebied waar in rap tempo bomen verdwijnen, opgeofferd aan bouwsels voor rijke Gambianen en warmtezoekende Europeanen. Het afschrikwekkende prikkeldraad vormt wel een mooi contrast met een prachtige ‘Beautiful Sunbird’



Daarna bezoeken wij Tanji, de meest bekende vissersplaats van Gambia. Aan het eind van de middag komen daar de bontgekleurde vissersbootjes terug uit zee om hun lading aan land te brengen. Dat wordt gedaan door vrouwen, die met emmertjes en mandjes door de branding naar de boten waden. Zes emmertjes worden volgens opdracht van de kapitein afgeleverd op de markt en het zevende mogen zij zelf houden als betaling. Het aantal kraampjes waar vis verkocht wordt is niet te tellen en de variëteit, van platvis tot barracuda, is enorm. Noodgedwongen loop ik met mijn 400mm lens rond en ik schrik er wat voor terug om die brutaalweg op een kraamhouder te richten. Aan het eind van ons marktbezoek struikel ik en val op het asfalt evenals mijn camera. Wij blijken allebei gelukkig nog te werken.



Het is ons laatste uitje in Gambia. De dag daarna vliegen wij terug. De douane controle is misschien niet heel efficiënt, maar men is uiterst vriendelijk. Als ik één van de beambtes daarmee complimenteer wil hij gelijk telefoonnummers uitwisselen voor het geval ik volgend jaar terug kom.
Wij treffen een piloot, die erg zijn best doet. Hij ziet het als zijn taak ons uitgebreide informatie te geven over de gebieden, die ver beneden ons te zien zijn. Zoals de ijzertrein, de langste trein ter wereld, die over een traject van 700 km het ijzererts dwars door de sahara naar de kust van Mauritanië vervoert. Zijn weerbericht beperkt zich voornamelijk tot het weer in Sao Paulo.’Vierentwintig graden en kans op regen tijdens de kwalificatie van Max Verstappen…’ Daar is hij een groot fan van. Uit het raam zien wij op grote afstand de zilveren schittering van een vliegtuig dat gelijk met ons opvliegt. Bij de volgende chicane echter wordt hij er behendig uitgeremd door onze gezagvoerder.
Tot Frankrijk krijgen we rust, maar dan volgt opnieuw essentiële vluchtinformatie. ‘ Beneden ons kunt u de lichtjes zien van Rouen, zoals u misschien weet de geboortestad van Pierre Gasly, die volgend seizoen het Red Bull team komt versterken.’ Wij wisten dat niet. België doet hij wat achteloos af. Speelt geen rol van betekenis in de Formule 1. ‘Dan vliegen we over België en zetten we al de daling in voor onze aankomst op luchthaven Schiphol. Nou ja, luchthaven. Het is eigenlijk meer een groot winkelcentrum met een paar landingsbanen.’ Na de feitelijke landing heet hij ons welkom in Nederland, bedankt hij ons voor het vertrouwen in Tui en wenst hij ons een aangename zondag toe met het kijken naar de Grand Prix in Brazilië.

De dag daarna verspeelt Verstappen een zekere eerste plaats door een ongelukkige manoeuvre van Ocon. We zijn blij dat we niet met dezelfde gezagvoerder hoeven terug te vliegen. Een depressieve piloot kan nare gevolgen hebben.



14 Nov 2018

Gambia, deel 4

Wij besluiten om buiten de deur te gaan eten. Een klein restaurantje verderop, waar ‘traditional Gambian food’ wordt aangeboden.  We kiezen na enig overleg voor het Domoda gerecht. Volgens de beschrijving gestoofd vlees in een soort pindapuree, geserveerd met rijst. De rijst is zonder meer het beste deel. De Gambiaanse kok is ongetwijfeld vol goede moed begonnen aan het stoven van de runderstukjes, maar heeft al gauw begrepen dat het een kansloze zaak was. Dat kauwen de toeristen verder wel weg, denkt hij, terwijl hij wat flauwe pindabrij over het gerecht gooit om de taaie brokken enigszins te verhullen. Met een brede glimlach zet de serveerster de  maaltijd voor ons neer. Gelukkig is het niet veel. 
De volgende ochtend is mijn darmstelsel geheel van streek. Ondanks de medicatie valt onze ‘long half day’ met de gids niet vol te houden en ik vraag hem ons terug te brengen naar ons hotel. Hij beschouwt dat als een persoonlijke nederlaag en staat er op dat ik eerst nog de Greyish Eagle Owl ga bekijken. ‘We get very close by car. Just a short walk.’ Ik strompel achter hem aan en mompel wat bewonderende woorden. Dan mogen we terug.



Dit vormt het begin van 5 dagen niet eten. Een aardig Nederlands stel, dat ook ten prooi is gevallen aan de Traditioneel Gambiaanse Bacterie geeft me een bouillonblokje. Als ik dan wat heet water haal, kan ik een beetje bouillon nuttigen. Dat spreekt me aan. Bij de bar vraag ik om een kop kokend water. ‘I cannot cook the water’, zegt de barman. De elektriciteit begeeft het regelmatig, dus dat kan. Ik ben trouwens te moe om daarover te argumenteren. Een half uur later biedt mijn echtgenote aan het nog eens proberen. ‘I don’t have a cup’, krijgt zij nu te horen. Bereidwillig wijst zij een half dozijn kopjes aan, die op de bar staan, maar hij wimpelt de suggestie gedecideerd weg. ‘I don’t have a cup’.
Weer een half uur later doe ik zelf nog een poging. ‘I don’t have a cup’. Ook ik wijs hem vriendelijk wat mokken aan. ‘No, I cannot use those cups’. ‘Well’, zeg ik geduldig ‘how can we solve this ?’ Ik heb vroeger wat cursussen gedaan waar ik geleerd heb de andere partij deel van de oplossing te maken. De barman kent de cursus niet. ‘You must buy a cup in the shop. Then you come here.’
Ik ben verbijsterd en mijn vrij directe reactie moet ik helaas toeschrijven aan een koortshoofd en een algehele verbijstering.
Ik schiet de manager aan en vertel mijn ervaringen. Hij knikt begrijpend. ‘You want some hot water? What room? I’ll see to it that you get it.’ Enigszins gekalmeerd ga ik weer terug naar de schaduwplek bij ons huisje. Na twee uur wordt duidelijk dat het kopje water er niet gaat komen vandaag.
’s-Middags loop ik weer even naar de bar. Daar staat nu een vriendelijke dame. Zonder enige discussie regelt zij voor mij een kopje bouillon. The smiling coast.



Trips met een gids zijn helaas deze dagen onmogelijk. Gelukkig kunnen we na een dag of twee wel weer voorzichtig een wandelingetje maken bij de kreek en de golfbaan. En daar is veel moois te zien.






13 Nov 2018

Gambia, deel 3

Vanuit Nederland heb ik al een gids geregeld voor onze derde dag in Gambia. Wij hebben hem geboekt voor een ‘full day birding’. Om half acht staat hij klaar bij de receptie. Om niet haastig voor die tijd te hoeven ontbijten, hebben wij een ‘packed breakfast’ besteld. Daarin zitten een paar stokbroodjes met kaas en twee bakjes yoghurt. Die hoeven niet koel bewaard: ook bij 30 graden Celsius blijven ze buiten de koelkast goed tot 2025. Heerlijk!
Onze gids, Musa, heeft zelf geen vervoermiddel, dus heeft hij een auto met chauffeur geregeld. Een stoere 4-wheel drive met even stoere bestuurder. Onze bestemming is Kartong, een plaatsje dichtbij de grens van Senegal. Dat is minder ver dan het lijkt. Of je nou naar het noorden of zuiden rijdt, je komt altijd binnen afzienbare tijd bij Senegal uit. Gambia is eigenlijk niets meer dan een strook land aan weerszijden van de rivier en wordt geheel omsloten door Senegal. 



Musa blijkt niet alleen een uitstekende vogelgids te zijn, hij is ook aangenaam gezelschap. Met veel kennis over zijn land.
ik vertel hem dat er gisteren werd gestaakt bij het hotel tegenover ons. De gasten moesten het zonder ontbijt en lunch stellen. Dat komt hard aan bij de hongerige toeristen.Het was verder wel een gezellige staking. Veel trommels, dansen en in looppas de straat op en neer. 
Musa is verbaasd. Een staking? Dat was onder de vorige president niet gebeurd. Dan was de helft van de stakers neergeschoten en de andere helft onder dwang van het leger weer aan het werk gezet. De toenmalige leider had duidelijke standpunten. Homosexualiteit noemde hij de grootste vloek van de mensheid en hij beloofde eigenhandig alle LGBT-ers te onthoofden. LGBT stond volgens hem voor: Lepra, Gonorroe, Bacteriën en Tuberculose.  Ik weet zo een ander land waar hij een geschikte presidentskandidaat zou zijn. Als hij een Twitter account heeft, tenminste.
’But now we have democracy’, zegt Musa met gepaste trots.’ Now they can go on strike’. Voor de zekerheid bewaren we toch de bekertjes yoghurt. Je weet nooit of het vuurtje overslaat.



De lunch gebruiken we in een afgelegen restaurantje aan de grensrivier. Het duurt een kleine anderhalf uur, voordat de vis gevangen, van graten ontdaan en bereid is, maar dan krijgen we ook de smakelijkste maaltijd van ons verblijf voorgeschoteld. 

Na de lunch maken we een boottocht over de rivier, langs veel mooie vogels en gekleurde vissersboten. Eén van de boten heeft duidelijk een sponsor in Nederland…




Uiteindelijk zijn we tegen half acht ’s avonds weer terug bij ons hotel. Een full day is een full day bij Musa, daar doet hij niet kinderachtig over. Wij zien hem over twee dagen weer. Dan doen we een ‘long half day’ met hem. Uiteindelijk zal dat een ‘short half day’ worden, maar dat weten we gelukkig op dat moment nog niet.....



12 Nov 2018

Gambia, deel 2

Bax staat keurig om half vier te wachten bij de receptie van het hotel voor onze ‘guided walk’. Die begint bij Kotu Bridge, op een paar honderd meter afstand. Een bruggetje over de Kotu Creek, waar bij het juiste tij altijd leuke vogelsoorten te zien zijn. Het is tevens de basis voor de gidsen van de Gambia Bird Guides Association en er hangen er altijd wel zo’n 15 rond, op zoek naar klandizie. Wij zijn duidelijk al voorzien, dus worden we met rust gelaten. 


De wandeling voert verder richting de ‘Sewage Ponds’. Daar wordt in een aantal bassins met enige regelmaat rioolwater gestort, hetgeen een aantrekkelijke mix van ruige begroeiing, vuilgrijs water en pittige aroma’s oplevert. En vogels, opvallend veel vogels. Wij lopen ontspannen  met onze gids over de dijkjes tussen de bassins als Bax opeens benaderd wordt door een opgewonden local, die hem op luide toon om toegangsgeld vraagt. Bax geeft geen krimp. 
‘I have been a guide for 18 years and I have never paid here!’ De bewaker is daar niet van onder de indruk en er ontstaat een verhitte discussie. “You do nothing here, you cannot ask for money. I’ll call the police’ De bewaker richt zich nu rechtstreeks tot ons met zijn financiële eisen, maar daar wil Bax niets van weten. “I am the guide”


Terwijl zij aan het ruzie maken zijn richt ik mijn camera op wat mooie Sporenkieviten, maar onmiddellijk wordt er een hand op mijn lens gelegd. ‘No photos, you need pay!’ Mijn echtgenote wil even door de verrekijker een paar vogels bestuderen, maar dat blijkt ook onder het embargo te vallen. ‘No looking, you must pay!’ Hij legt een zware hand op haar schouder om haar weg te draaien van het uitzicht en nu wordt ik wel even boos. ‘Do not touch my wife!’ Bax komt weer tussenbeide, maar doet weinig moeite om de gemoederen wat tot bedaren te brengen. Omdat het totale bedrag om iets van anderhalve euro gaat, bied ik aan gewoon even te betalen, maar voor Bax is het een principekwestie. Hij dreigt nogmaals de politie, het leger en de minister te bellen. Hij zwaait daarbij met z’n telefoon, maar zijn tegoed blijkt niet toereikend. De bewaker heeft inmiddels versterking gekregen en mokkend leidt Bax ons dan toch maar weg uit de conflictzone.
‘ They do nothing, I’ll call the minister’. Wij knikken begrijpend. Dat lijkt ons de juiste route. Hij pakt de draad weer op met het vinden van interessante vogels, maar de oude wordt hij niet meer. Zelfs ons enthousiasme over het zien van de schitterend Blue-breasted Kingfisher neemt het gevoel van falen niet weg bij hem.




Het laatste stuk van de wandeling voert over de golfbaan, die grenst aan ons hotel. Wij blijven hoofdschuddend staan bij de geheel vervallen afslag van hole 11.



 Zonde dat dit niet meer gebruikt wordt, overpeinzen we. Tien minuten later echter staan er twee golfers enthousiast vanaf die plek ballen over de kreek richting green te slaan. Nou ja, green. Grey, eerder. Het putten is een uitdaging op zich over het grijszwarte zand, waarbij de bal al na drie omwenteling blijft steken. Dat is werken aan je handicap, hier. Niet veel birdies, schat ik. Behalve voor ons dan. 

11 Nov 2018

Gambia, deel 1

Het is maar een uur of zes vliegen naar Gambia. Een rechtstreekse vlucht vanaf Schiphol naar Banjul. Althans, daar gaan we van uit. Boven Frankrijk aangekomen echter, kijkt de piloot even op de benzinemeter en denkt: ach, ik had moeten tanken, stom, stom, stom…. Hij deelt de passagiers mee dat er een korte tussenstop gedaan wordt in Faro. Een goedkoop zelftank stationnetje, waarschijnlijk. De vrouw naast ons zit er allemaal niet mee. Zij is helemaal vol van haar eerste reis naar Afrika.
’We gaan daar wandelen met tijgers’ deelt ze ons enthousiast mee. ‘Het waren toch tijgers, Aad?’ 
‘Leeuwen, schat, volgens mij zijn het leeuwen.’
Gezien het continent waar we heen op weg zijn, denken wij dat hij het bij het rechte eind heeft.
Wijzelf zijn niet van plan te gaan wandelen met leeuwen. Niet vrijwillig in elk geval. 




In het hotel krijgen wij een kamer in de buurt van het zwembad. De kamers zijn eigenlijk geschakelde huisjes die verspreid in een aantal blokken in de uitgebreide tuin van het hotel liggen. In ons blok hebben de huisjes twee verdiepingen, zodat we ook bovenburen hebben. Luidruchtige Noorse jongeren, die tot ’s-avonds laat onze rust verstoren. Wij kijken het een paar avonden aan, voordat we bij de manager aankloppen om een andere kamer. Geen probleem, de Noren hebben al meer slachtoffers gemaakt. We krijgen een heerlijk plekje helemaal achter in de tuin, met uitzicht op de naastgelegen golfbaan en een verzonken gedeelte van de tuin waar een stuk of 10 grote schildpadden gehuisvest zijn. Een merkwaardig agressief groepje trouwens. Met grote regelmaat rennen ze achter elkaar aan en proberen daarbij de ander omver te gooien. Dat lukt ook af en toe en wij moeten dan even een schildpadje keren. Als de agressie voorbij is wordt met hetzelfde enthousiasme overgegaan tot het creëren van een nieuwe generatie schildpadden. Ik wil hier niet teveel op de details ingaan, maar konijnen zijn bleue wezentjes, vergeleken bij deze schildknapen.





Niet ver van ons huisje is er een uitkijkplatform , speciaal voor de vogelaars. Dat biedt uitzicht op een stuk slik, dat, afhankelijk van het tij, onder water staat of droog valt. Vanaf het pad beneden ons, klinkt opeens een opgewekt ‘Hello, do you want to see the owls?’ Over dit openingszinnetje had ik al gelezen. Het is de standaard lokzin van de lokale bevolking als ze iemand met een verrekijker zien. Niet dat ze weten waar er zich een uil bevindt, maar als ze de argeloze toerist aan de haak hebben, lost dat probleem zich wel op. Deze jongeman echter, draagt het t-shirt van de Gambia Bird Guides Association en dat staat wel garant voor echte kennis van vogels. Wij laten ons dus meenemen voor een korte wandeling over de golfbaan en langs de Kotu Creek. Uilen laat hij ons natuurlijk ook niet zien, maar wel een keur aan andere kleurrijke, nieuwe vogels. Wij besluiten ‘Bax’ dan ook te contracteren voor een ‘guided walk’ de dag daarna.



Tevreden keren wij terug naar het hotel voor onze avondmaaltijd temidden van veelal rokende en uitbundig getatoeëerde Scandinaviërs. Eén van de vikingen zit zelfs zo volledig onder de inkt, dat alleen op de rechterhelft van zijn gezicht nog zijn normale huidskleur te zien is. Wij stellen ons vast zijn sollicitatiegesprek voor bij de Noorse Landkredit Bank.

‘Mijn CV staat op m’n linkerdij, leest u maar….’

11 Jun 2018

De bergen in (deel 2)

Het is donderdag en de zon doet al vroeg zijn best. Zelfs de bergen in de verte, waarvan de toppen doorgaans in wolken gehuld zijn,  tonen al hun contouren. Vandaag hebben we afgesproken met een Spaanse gids op pad te gaan. Om 8 uur precies staat hij klaar bij ons huisje en stelt zich in goed verstaanbaar Engels voor. Alberto, heet hij en de meeste tijd is hij werkzaam als een soort boswachter in de Sierra de Guara, het berggebied waar wij op uitkijken. In zijn vakanties en op zijn vrije dagen klust hij bij als vogelgids. Met een brede glimlach voegt hij daaraan toe dat zijn vrouw dat niet altijd leuk vindt. Hij is net 14 dagen op pad geweest met een groep bejaarde Amerikaanse vogelaars, die al zoveel van dergelijke trips gemaakt hebben dat ze, net voor hun overlijden, nog de vijfduizendste soort willen afvinken. En daar hebben ze goed geld voor over. Ik zeg hem maar even niet wat mijn ‘life score’ is en verzeker hem dat wij blij zijn met alles wat we te zien gaan krijgen. Hij pakt het serieus aan. Eerst gaan we op zoek naar de Havikarend. In de wijde omtrek is er nog maar één exemplaar te vinden. Een vrouwtje, dat haar partner een paar jaar geleden heeft verloren, toen die tegen een elektriciteitsdraad vloog. Alberto weet precies de vallei waar zij zich ophoudt en speurt lang en intensief alle hellingen af, op zoek naar de weduwe. Tevergeefs. Nou ja, dat kan gebeuren. Heb ik al eens een Ortolaan gezien, vraagt hij. Nee? Dan weet hij de juiste plek. We rijden een kwartiertje naar een andere helling en dan stopt hij om het vogeltje uit de Buxus struiken te lokken. Uit zijn telefoon klinkt de zang van de gors, maar er volgt geen reactie. Alberto kijkt zorgelijk. Weer een nederlaag? Dan zien wij plotseling een Ortolaan zitten, boven in een struik. Kennelijk toch afgekomen op de digitale lokroep. Een high-five beklinkt deze ‘lifer’. 



Zo brengen we een aangename dag door met onze gids, een geweldige vogelkenner en een beminnelijk mens. ‘Now let’s find the Lammergeyer’, zegt hij ‘s middags. De Lammergier is de zeldzaamste van de giersoorten in Europa en daarom een wenssoort van elke zichzelf respecterende vogelaar. ‘Hebben we daar nog tijd voor?’, informeren we bezorgd, want zijn telefoon heeft al een aantal malen dringend gerinkeld. ‘My wife’, zegt Alberto dan en negeert de oproep vervolgens. Wij maken ons meer zorgen over zijn huwelijk dan hijzelf, want hij geeft aan dat als hij rond drie uur terug is, er geen enkel probleem bestaat. Vevolgens is hij tot bijna half zes bezig alle uithoeken van de Sierra op te zoeken op zoek naar de Lammergier. Na elke vergeefse poging zegt hij dat hij nog één andere plek weet, waar ze eigenlijk altijd te zien zijn, maar het levert allemaal niks op. Nou ja, gieren zat, maar allemaal Vale Gieren. Honderden. 




We verzekeren hem dat we desondanks een heerlijke dag gehad hebben, maar het zit hem niet lekker. 
De volgende dag, op ons laatste tochtje in de Pyreneeen vinden we hem zowaar zelf, zwevend hoog boven de helling. Te ver voor een behoorlijke foto, maar zijn silhouet is onmiskenbaar. We zullen het Alberto nog laten weten. Als hij niet volledig is ingestort na zijn frustrerende ervaring...




We maken ook nog een wandelingetje door ons dorp. Vijftien huizen en een kerk. Als we na na twee minuten de nederzetting aan de ander kant verlaten treffen we een oud vrouwtje dat bezig is wat kruiden te plukken in de berm. Omdat lokale betrekkingn belangrijk zijn, zeggen we vriendelijk ‘hola’. Ze glimlacht terug en begint in rap Spaans aan een hartverscheurend verhaal. Haar man is acht jaar geleden omgekomen bij een aanslag van de ETA en haar oudste zoon, die  in Barcelona woont, heeft gisteren net een auto ongeluk gehad, waarbij hij zijn beide benen gebroken heeft. Haar schoondochter werd daarbij uit de auto geslingerd en overleed na een val in de afgrond. Zelf moet  zij hier rond zien te komen van honderd euro in de maand. Het bosje kruiden, dat zij vasthoudt is alles wat haar de rest van de week in leven moet houden. Van haar hele verhaal heb ik alleen ‘Barcelona’ en ‘aqui’ verstaan, maar soms zijn er niet veel woorden nodig om toch de tragiek van iemands leven te begrijpen. Geroerd nemen wij afscheid.’Adios’, geven we haar mee. Uit de grond van ons hart. De hop kijkt goedkeurend toe.



3 Jun 2018

De bergen in

Wij hebben het plan opgevat om een weekje aan de voet van Pyreneeen door te brengen. De Spaanse kant, want daar hebben we eerder goede ervaringen mee opgedaan.. De rit naar het zuiden verloopt voorspoedig, zeker tot aan Parijs. We willen eigenlijk met een wijde boog om de stad heen rijden, maar de Tomtom besluit anders. Hij stuurt ons met strenge instructies de Boulevard Périphérique op, waar we ons in de Franse verkeerschaos storten. Op een gegeven moment besluit de Grote Navigator opeens dat het lonend is om de boulevard te verlaten, een paar honderd meter over een vaag stuk asfalt te rijden en vervolgens weer trachten in te voegen tussen het toeterend blik. We doen dit braaf en verlaten Parijs een tijdje later min of meer levend.
Om een uur of vijf starten we de booking.com app op en zoeken een onderkomen niet te ver van de tolweg. Onmiddelijk na de bevestigingsmail worden we gebeld door de eigenaresse van het hotel. Spreek ik misschien Frans of Engels? ‘Un peu’ en ‘yes’, laat ik weten. Verrassend genoeg gaat ze verder in heel behoorlijk Engels. Fransen en Engelsen hebben altijd een soort haat-liefde verhouding met elkaars taal. En misschien kan liefde daar wel uit geschrapt. Engelsen leren zeker ook Frans op school, maar merken dan tot hun verrassing dat in Frankrijk geen mens hun pogingen verstaat. Zij zeggen dan verontwaardigd dat ‘the bloody French don’t even speak their own language properly’ en dat komt volgens hen doordat de Fransen vasthouden aan hun ‘continental pronunciation’. De vriendelijke dame echter redt zich prima in het Engels en vraagt of wij soms de maaltijd daar willen gebruiken, met een ander Nederlands stel dat in het hotel verblijft. En of wij toch niet liever kiezen voor de wat duurdere kamer en-suite, die een breder bed heeft. Als we een uurtje later bij het hotel arriveren biedt zij ons die kamer opnieuw aan, met een behoorlijke korting. Het bed is heerlijk. De maaltijd ook, overigens. Elke keer als wij voldaan achterover leunen om het eten te laten indalen veschijnt er weer een volgende gang. Kortom, een goed begin van onze vakantie.




De volgende dag rijden wij door naar onze bestemming in een klein Spaans dorpje. De Tomtom stuurt ons eerst naar een ander dorpje, maar een vriendelijke inwoner vertelt ons in rap Spaans dat wij in het vorige gehucht moeten zijn en dat het bewuste huis aan de rand daarvan ligt en makkelijk te vinden is. Ik versta er geen woord van, behalve de naam van het dorp, maar ik bedank hem hartelijk (hoop ik) en vijf minuten later staan we bij ons huisje. prima ingericht en met een terras op de tweede verdieping, dat een weids uitzicht biedt op de bergen in de verte. Op slechts enkele tientallen meters vliegen Aasgieren boven ons langs. Natuurlijk hebben wij die in Nederland ook, maar daar zweven ze hoog boven het gewone volk, op zoek naar bonussen en vertrekpremies. 
Een nachtegaal zingt de hele dag en een groot deel van de nacht vanuit een boom naast ons terras. Heerlijk. Vakantie.











20 Feb 2018

Namibië deel 8 - De laatste dagen

Geheel onstpannen zitten wij op ons terras van de kleinschalige Mobola Lodge en bespreken de plannen voor de volgende dag. Opeens wordt er luid gegild door één der onschuldige reizigers, die vervolgens bovenop de stoel klimt en naar beneden wijst. Een fikse slang heeft zich laten vallen uit de balken van het rieten dak en is vlak naast ons terechtgekomen. In zijn bek heeft hij een forse boomkikker, waarmee hij haastig de beschutting van de bomen opzoekt. Als onze hartslag weer tot aanvaardbaar tempo is gezakt, maak ik nog gauw een foto voor de nabestaanden. Later horen wij dat het om een niet-giftige ‘bush snake’ ging. Nou ja, het kan niet altijd een cobra zijn en we hebben toch de insteek met een meerderheid van de reizigers weer thuis te komen.





Zo zijn we dan in onze laatste week aangeland. In Namibië althans. We laten de Okavango rivier achter ons en rijden naar het Waterberg Plateau National Park, een kleine 400 kilometer ten noorden van Windhoek. Vanwege de lange rit hebben we halverwege een overnachting geboekt in Roy’s Restcamp. Roy blijkt dood te zijn. Een een flink aantal jaren al. Vandaar ‘Restcamp’ waarschijnlijk. Het onderkomen is prima voor een nachtje. Het ontwerp van de huisjes lijkt weliswaar gebaseerd op de kist van Roy, maar er staat een goed bed en met de maaltijd in het restaurant is niets mis. 
Muggen zijn er gelukkig nauwelijks, maar we worden wel af en toe geteisterd door vliegjes, die steevast kleverig op hoofd en armen blijven landen. We vermoeden het al, maar als één van ons het nazoekt in de insectengids, blijkt dat het inderdaad gaat om Kleine Kutvliegjes (Omniflixus Vaginalus). Een irritante soort, die helaas nog niet op de rode lijst staat. Voor de vogelaar heeft het kamp één grote specialiteit, de ‘Black-faced Babbler’, die bijna nergens anders in Namibië te zien is. Ik ben de volgende dag dan ook vroeg uit de veren om op zoek te gaan. Nog voor het ontbijt heb ik hem te pakken. Niet de meest kleurrijke vogel, maar een mooie voor de lijst. De kleuren krijg ik wel voorgeschoteld van een prachtige glansspreeuw





Ons onderkomen bij het Waterberg gebied is van een geheel ander kaliber. De badkamer is zo groot dat de wandeling naar de douche al een avondvullende bezigheid is. Voor mij dan. Goudkleurige kranen bij de dubbele wastafel en een complete kastenwand met spiegel in de slaapkamer.  Het mooiste echter is ons terras, dat uitzicht biedt op een kleine ‘waterhole’ en op de rotswanden van het Waterberg plateau in de verte. Een stuk of wat uiterst comfortabele stoelen staan garant voor een aantal ontspannen uurtjes. Dergelijke stoelen zijn we nog niet eerder tegengekomen. We kunnen ook een ‘game drive’ doen over het uitgestrekte gebied dat tot het domein van de lodge behoort. Met sundowner bij de Hippo Lake. We zien heel wat verschillende antilopensoorten, zoals de zeldzame Lechwe, die we al eerder in het watergebied bij de Okavango zagen. Heerlijk..





Over de bouw van de open safari auto is goed nagedacht. Er zijn twee bankje achterop, elk plaats biedend aan twee of drie gasten. Op het dak van de cabine is een rek geplaatst, zodanig dat de balk precies op ooghoogte van de safarigangers zit. Op deze manier word je niet afgeleid door dieren, die zich voor de auto bevinden en kun je geheel concentreren op het wild dat geheel onverwacht naast de auto opduikt. 
Bij de Hippo Lake aangekomen legt onze gids een paar balen gras aan de oever neer, speciaal voor dit doel meegenomen. Vaak komen dan de nijlpaarden het water uit om zich tegoed te doen aan deze gratis maaltijd, maar deze keer niet. Ze lijken nerveus en de reden wordt snel duidelijk. Aan de andere kant van het meer drijft een dode nijlpaard. Volgens onze gids de ‘moeder’ van de groep. Al sinds haar jonge jaren een goede bekende van alle medewerkers van de lodge en de verslagenheid is dan ook groot. 
Niet alles is somber deze dag. De schitterende bijeneters brengen weer wat kleur in de game drive en opnieuw zien we een grote verscheidenheid aan dieren. 



Eén van de soorten die we nog nergens hebben kunnen bewonderen is de eland antilope, de grootste antilope van  Afrika. We zijn dan ook blij verrast als we er die avond eindelijk één te zien krijgen. Weliswaar als deel van het hoofdgerecht, maar we kunnen hem van heel dichtbij bekijken. Hij doet het prima in de goulash.
En dan is het opeens de laatste dag van onze rondreis door Namibië. We leveren onze, ietwat gehavende, Toyota in, verkopen de gitaar terug aan het pandjeshuis, waar we hem vier weken geleden kochten en stappen in het vliegtuig. De oudste van ons reisgezelschap brengt zijn Flight Simulator ervaringen in de praktijk in de cockpit van de Airbus 300, maar desondanks arriveren we de volgende ochtend ongedeerd op Schiphol. Dertig graden kouder, maar de warmte van Namibië blijft ongetwijfeld nog lang bij ons. Fijn dat jullie mee hebben willen reizen....





16 Feb 2018

Namibië deel 7 - De Okavango


We rijden langs de Kavango ( of Okavango) rivier naar het oosten. Waar de rivier afbuigt naar het zuiden, buigen wij mee en bereiken zo de grens van Botswana. Je moet even tijd uittrekken voor een grensovergang. Voornamelijk om een aantal formulieren in te vullen en te wachten tot een beambte tijd vindt om je te woord te staan. In het douane gebouwtje treffen wij drie loketten. Om verwarring te voorkomen zijn zij genummerd, zodat wij ons geheel volgens protocol aan loket 1 vervoegen. Eerst een formulier invullen natuurlijk. Naam, paspoortnummer, adres, bestemming, plaats van herkomst, kenteken, telefoonnummer, beroep en zo nog een aantal essentiële zaken. Niet dat er iemand kijkt wat je hebt ingevuld. Bij beroep geef ik op: ‘paedophile (retired)’ en dat is kennelijk een prima binnenkomer. Aan de overzijde van het kantoortje worden dezelfde soort formulieren ingevuld door degenen, die het land weer verlaten en de beambte pendelt rustig heen en weer tussen vertrekkende en arriverende reizigers. Gelukkig vindt hij in zijn stressvolle baan ook tijd om regelmatig zijn facebook pagina te raadplegen. Wij kunnen daar ook een blik op werpen en gezien de geposte foto’s besluit ik een eventueel vriendschapsverzoek te negeren.
Zo’n drie kwartier later staan wij weer buiten en vervolgen onze weg richting Drotsky’s Cabins, een onderkomen gelegen aan de rivier en een bekend toevluchtsoord voor de serieuzere vogelaar.


 Eén van de grootste bijzonderheden is de Pel’s Fishing Owl, een zeldzame, reusachtige uil, die ‘s nachts uit vissen gaat. Eén van de personeelsleden wordt met ons op pad gestuurd om de uil te zoeken, maar een uur rondlopen levert niets op. De boottocht die avond is ook weer inclusief een ‘owl-spotting’ walk, maar weer tevergeefs. Zelfs de tweede boottocht de volgende ochtend levert geen resultaat op. Een lichte paniek maakt zich van het management meester. Ik verzeker ze dat we genoten heb van de boottocht en de vele andere vogels, die we gezien hebben, maar het baat niet. Geen Pel’s Fishing Owl. Hun reputatie staat op het spel. Als wij ons op het terras genesteld hebben voor een kopje koffie komt de vrouwelijke manager haastig aangelopen. Zij heeft net een telefoontje gekregen dat de uil is gesignaleerd op hun kampeerterrein terrein en wel ‘camping spot 4’ . We moeten halsoverkop weer de boot in om daar heen te varen. En jawel na enig zoeken in vinden we de vogel, hoog in de boom. Na wat manoevreren kan ik zelfs, door takken en gebladerte heen, een foto maken. Ik moet zeggen: het was alle inspanning waard. Wat een indrukwekkende verschijning.



Een opgeluchte manager wacht ons op bij terugkomst en wij kunnen eindelijk ontspannen op het terras zitten, met als achtergrond de panfluit CD, die wij alle dagen als achtergrondmuziek meekrijgen. Ze hebben deze CD in 1982 aangeschaft, in de speler gestopt en die op herhalen gezet. Het blijft mooi, El Condor Pasa, ook bij de tweehonderdste keer.
Drie dagen later gaan wij weer terug de grens over. Dezelfde formulieren, dezelfde loketten en weer drie kwartier. Ze hebben kennelijk mijn eerdere formuliertje niet gelezen, want ik mag zo weer passeren. Mogelijk was ‘retired’ voldoende geruststelling.
Onze bestemming is een prachtig gelegen kleine lodge, met een terras dat uitkijkt over de Okavango rivier en bij zonsondergang adembenemende uitzichten biedt. Wij worden weer uiterst vriendelijk begroet door de eigenares. Zij wordt vergezeld door twee honden, een zachtaardige herdershond en een racistische tekkel, die alleen blaft naar de zwarte personeelsleden. Wij geven kleine Geert toch een paar biscuitjes.



12 Feb 2018

Namibië deel 6 - richting Kavango river

Het laatste resrcamp dat wij bezoeken in Etosha National Park is Namutoni, in het oostelijk deel. De afstand is slechts 80 kilometer, maar er is zoveel te zien, dat we er ruim vijf uur over doen. Zo zijn daar de cheeta’s, die we plotseling langs de kant van de weg zien. Drie nogal liefst. Twee van hen lijken nog goed in staa in volle sprint een springbok te achterhalen, maar de derde is aangewezen op de vrijgevigheid van zijn metgezellen. Naar aloud gebruik binnen onze familie, dopen we hem ‘limpie’. We hopen dat hij het redt. Dat is binnen onze familie eveneens een traditionele insteek.


Het Namutoni restcamp is gebouwd rond een oud Duits fort, blinkend wit in de Afrikaanse zon. In de folder lezen wij:’ 'From the walls of the fort you can enjoy an elevated view of the King Nehale Waterhole allowing for great game viewing without leaving the camp. The walls of the fort are also and excellent spot for sundowners'
De realiteit is net anders. De waterhole ligt verscholen achter een groot rietveld. Dat wordt dan ‘s avonds wel weer mooi belicht door de spotlights, die hier hun werk naar behoren doen. Mogelijk dat er allerlei exotische dieren komen drinken, maar de bezoeker ziet alleen riet. 
Een ‘sundowner’ op de muren van het fort, zoals wordt gesuggereerd, is mogelijk, maar niet aan te bevelen. Het houten ‘viewing deck’ op de muur is in dermate slechte conditie, dat er veel meer’down’ gaat dan alleen de zon, als je je er op waagt. Positief is de zeer klantvriendelijke benadering die ons ten deel valt. Een groot verschil met de andere restcamps. En de ‘game drives’ vanuit deze plek zijn mooi, zowel vanwege het afwisselende landschap als de waarnemingen van vogels en dieren. Vlakbij de weg zit een prachtige Red-necked Falcon zijn prooi te plukken, terwijl een paar takken hoger de jonge valk wacht tot hij zijn deel krijgt. 



Het hoogtepunt van onze rondrit wordt echter gevormd door de onverwachte verschijning van een reusachtige zwarte neushoorn. Zijn hoorns zijn kennelijk afgezaagd om te voorkomen dat ze tegen torenhoge tarieven het libido van de rijkere Chinees opkrikken ( na het afschaffen van de één-kind politiek is daar weer behoefte aan), maar hij is er niet minder imposant om. 


Februari is het regenseizoen, maar de enige regen, die wij tot nu toe gehad hebben, viel ‘s nachts. Dat is anders als wij vertrekken. Bijna de gehele 430 kilometer naar de Kavango rivier komt de regen met bakken naar beneden. Pas als wij in de buurt van Rundu komen, onze ‘one night stand’, klaart het op.   De timing had niet beter gekund. De lodge, waar wij verblijven is gespecialiseerd in het bereiden van traditionele lokale recepten en wij wagen ons aan wat ondefinieerbare schotels. Zonder noemenswaardige fysieke problemen vervolgen wij de volgende dag onze tocht naar de Okavango Panhandle in Botswana. Daarover later meer.


8 Feb 2018

Namibië deel 5 - Etosha

We laten de schoonheid van Kunene river achter ons en rijden naar het zuiden, langs dezelfde eindeloze asfaltweg. De navigatie app geeft aan dat we na 350 kilometer linksaf moeten. Dat wordt opletten. Onze tussenstop voor één nacht is het Oppi Koppi Restcamp. Het woord restcamp is wat overdreven, gezien het volume van de muziek in het restaurant. Het kamp wordt gerund door een Belgisch echtpaar, dat de carnavalstijd in het verre thuisland niet ongemerkt voorbij wil laten gaan. De huisjes zijn prima en een betere wifi dan hier zijn we nog nergens in Namibië tegengekomen. Achter een hek staren een paar struisvogels ons dreigend na, dus we eten die avond Gemsbok. Als we de volgende ochtend opstaan om onze rit te vervolgen, zijn de struisvogels losgebroken. Ze hebben kennelijk het dagmenu gezien. Achtervolgd door twee onverschrokken Jack Russels stuiven ze door het kamp tot groot vermaak van de gasten. Als de hondjes eerst gepakt zijn, worden de uitbrekers teruggelokt in binnen hun omheining.
Etosha National Park. Ik ken het slechts uit natuurrfilms met beelden van drinkplaatsen, waar honderden dieren zich verzamelen, beloerd door leeuwen en hyena’s. Zou dat werkelijk het beeld worden? We betrekken een ‘family unit’ in het grote Okaukuejo Camp. Het welkom bij de receptie van het kamp roept weer herinneringen op aan het inchecken in het Kruger Park. Het enige warme aan onze ontvangst is de temperatuur buiten. Het huis is prima, alleen doet de airco het niet in onze slaapkamer. Nadat één van ons een meer dan geslaagde imitatie doet van Mugabe in zijn beste jaren, wordt ons een alternatief aangeboden. De helft van het gezelschap kan gebruik maken van een waterhole chalet voor de nacht. 
De ‘waterhole’ van het kamp is overigens fantastisch. De drinkplaats ligt net buiten het hek en wordt ‘s avons verlicht door een aantal spotlights. Er is een mini tribune gebouwd voor de toeschouwers en er staan wat losse bankjes. Die avond komen zebra’s, springbokken, giraffen en jakhalzen drinken, maar het hoogtepunt is toch het bezoek van twee zwarte neushoorns. Ademloos zitten we urenlang te kijken. Wat een ervaring. Bijna niet te fotograferen allemaal, maar de beelden staan nog op ons netvlies.


De ‘game drives’ die we met z’n vieren doen vanuit het kamp zijn even mooi. Als op de eerste dag zien we zeven leeuwen op verschillende plekken. Sommige zijn zelfs wakker. Jonge jakhalzen spelen op de weg voor ons en we zien talloze zebra’s en springbokken. 


Als we naar onze volgen kamp, Halali, rijden schakelen de geweldige taferelen zich aaneen. De beelden bij de waterholes, die we bezoeken komen geheel overeen met de films van vroeger. Enorme kuddes zebra’s lopen af en aan, afgewisseld door springbokken en gnoe’s. 

Weliswaar houd ik niet zo van gnoe’s, maar ik zet me er overheen. ‘Jullie mogen er ook zijn’, fluister ik zachtjes, want ik heb al een hoop therapie gevolgd. Minder talrijk zijn de koedoe’s en hartebeesten. Hartebeesten zien er wat droeftoeterig uit, met een te lange snuit waar ook nog eens een zwarte streep over loopt. Het zijn duidelijk geen levensgenieters. We noemen ze van nu af niet-van-hartebeesten.



Bij één waterhole zien we midden op de dag twee, nee zelfs drie hyena’s. Een paar impala’s ( die hier overigens ook al een zwarte snuit hebben; dat kan geen toeval zijn) lopen met een grote boog om hen heen om uitdagend verderop wat slokken te nemen. ‘Catch me, if you can...’



Het meest spectaculaire onderdeel van de rit is echter de tor, die door het achterraam de auto binnen vliegt. Denk hierbij niet aan zo’n lullig torretje dat bij ons in de tuin rondloopt. Nee, dit gevleugelde monster heeft de spanwijdte van een volwassen albatros en de paniek op de achterbank is dan ook onbeschrijflijk. Het gegil betekent dat het verdere wild in een omtrek van vijf kilometer een goed heenkomen zoekt. Dat scheelt weer een hoop turen.
Ook Halali heeft een eigen waterhole. We klimmen in de avond over een rotspad omhoog en daar ligt in de diepte de drinkplaats. Aangezien de spotlight niet werkt is er eigenlijk niets te onderscheiden. Een stel Fransen staat met grote overtuiging een rotsblok in de verte te fotograferen en verzekeren ons dat het om een ‘rhinoceros’ gaat. ‘Ze black one’, voegen ze er nog aan toe, maar dat hadden wij in de duisternis al begrepen.


3 Feb 2018

Namibië deel 4 - naar het noorden

Wij vertrekken naar het noorden en verlaten de kust. Naarmate we verder landinwaarts rijden lost de zeemist op en stijgen de temperaturen. Swakopmund ligt zeker in de tropen, maar de 18 graden deed daar wat afbreuk aan.. Wij zijn geharde reizigers, dus wij klagen niet over deze winterse dagen. Ons uiteindelijke doel is de Kunene rivier op de grens met Angola, maar we maken halverwege een tussenstop in Madisa camp, midden in het prachtige, droge Damaraland. Het is hier 33 graden. Heet natuurlijk. Wij klagen weer niet. In de avond steken we de braai aan en genieten van onze maaltijd en adembenemende uitzicht. We besluiten de volgende ochtend gebruik te maken van de ontbijt optie. Eggs, sunny side up. Als we om wat toast vragen volgt een ongemakkelijke moment voor de lokale kok. ‘No bread, sorry.’ Ik lepel het zonnige eitje naar binnen. Er ligt wel een plakje tomaat bij.


Op naar Kunene. Een lange rit. Wij rekenen op 550 kilometer ‘dirt road’, maar tot onze verbazing reikt het asfalt tot bijna bij onze bestemming. Met zo’n 120km/u glijden wij over het wegdek, enkel vaart minderend voor de koeien, ezels en geiten. Die doen  zich tegoed aan het schaarse gras in de bermen en steken op de meest onverwachte ogenblikken over om een net wat groener stukje te verkennen aan de andere kant van de weg. Een enkele koe blijft gewoon midden op de weg staan en kijkt wat verbolgen op als er weer een toerist zijn magere flanken op een haar na mist. Op onze hele rit zien wij slechts een handvol andere auto’s. Stel je een rit voor van Amsterdam naar Parijs met slechts tien keer een tegenligger. Als er op een gegeven moment drie auto’s kort na elkaar ons tegemoet komen, slaat even het file-gevoel toe.

De laatste 70 kilometer is wel weer een onverharde weg en één, die onze ‘four-wheel drive’ behoorlijk test. We arriveren bij de lodge, schitterend gelegen aan de rivier. Een vogelbestemming bij uitstek. Ik probeer gelijk een ‘sunrise birding cruise’ te boeken voor de volgende ochtend, maar tot mijn ontzetting kan de boot niet gebruikt worden. De gids is een aantal dagen weg en er is niemand anders, die de boot kan besturen. Al mijn vogelplannen, de reden waarom ik dit onderkomen heb geboekt, vallen in het water. Of juist niet. Duizend verontschuldigingen, maar geen oplossing. Wij leggen ons er maar bij neer en besluiten een paar dagen te relaxen. Daar is het een prima plek voor met een terras aan de rivier en een zwembad. We besluiten ons B&B arrangement uit te breiden met het avondeten. We dienen dan een keuze te maken tussen twee voor- hoofd- en nagerechten en kenbaar te maken hoe laat wij willen eten. Welke tijd we opgeven is verder niet belangrijk. Het eten rond half acht opgediend. Maar je hebt toch het fijne idee, dat je daar invloed op hebt gehad. Ook bij het ontbijt is het heerlijk om één eitje te bestellen en er dan toch gewoon twee te krijgen. Afrika in optima forma. Democratie is mooi voor het gevoel van het volk, maar de leider weet heus wat het beste is voor je. Tot in detail.




"




Met de vogels komt het overigens nog aardig goed. De enthousiaste interim manager, een genaturaiseerde Amerikaanse, geeft tips over te bezoeken plekjes en verschaft me toegang tot het prive terras van de eigenaar. Om de ‘Giant Kingfisher’ te zien en de ‘Yellow- bellied Greenbul’ te fotograferen.ik zie nog aardig wat specialiteiten van de regio. ‘s Middags verblijven wij in de schaduw van de lapa en speel ik wat gitaar. De eenzame vleermuis, die daar in de balken hangt, hoort het gelaten aan. Als ik tenslotte een traditioneel Engels slaapliedje zing, denkt hij kennelijk: ‘Ah zij gaan slapen, dan moet ik aan het werk. Geruisloos vliegt hij een paar rondjes en verdwijnt dan in het zonlicht.