29 Jan 2018

Namibië deel 3 - Swakopmund

Wij rijden vanuit Sesriem naar het noorden. Driehonderdvijftig kilometer onverharde weg. Elke bocht brengt weer nieuwe landschappen en vergezichten. Zandduinen, dorre woestijngebieden, bergruggen en canyons. Tegenliggers zien we, zo ongeveer om het half uur, al van ver aankomen door de stofwolken aan de horizon. Ergens halverwege komen we achter een bus te rijden en dat is gelijk lastig. De volgende zijweg is 125 kilometer verder, dus de kans dat de touringcar gaat afslaan is niet zo groot. Inhalen is riskant want de stofwolk belemmert volledig het zicht op de weg. Bovendien willen we niet te dicht er achter gaan rijden, dan zien we helemaal niets meer. Als er een tegenligger is gepasseerd overleggen we over de kans dat er binnen tien minuten nog één komt en we besluiten dat die klein is. Gaspedaal ingedrukt dus en blind langs de bus razen. Als de weg weer zichtbaar wordt, blijkt dat we nog leven. Heerlijk land, Namibië. Tien minuten later moet er een sanitaire stop ingelast en dankzij de volledige inzet van alle plassers, draaien we de zandweg weer op, net voordat de bus ons weer zou inhalen. Teamwork.
Swakopmund is een aangenaam ogende plaats met talrijke Duitse accenten. Straten, hotels, bedrijven, je waant je hier zo bij onze oosterburen. We arriveren bij onze B&B ‘Alternative Space’, een verfrissende Engelse naam. Een interessant bordje bij de voordeur verwelkomt ons. 


Nou ja, we stammen nog wel een beetje uit de hippie tijd, dus we mogen naar binnen. De reden voor de waarschuwing wordt gelijk duidelijk. Overal hangen schilderijen en tekeningen met slechts één thema: vrouwelijk naakt. Het leidt enigszins af tijdens het ontbijt, maar ik pel toch met vaste hand mijn eitje. Ondanks zijn obsessie met deze kunstvorm blijkt de gastheer een aardige vent, die altijd in is voor een gesprek. Hij kiest daarbij steevast de vorm van een  monoloog. Hij vraagt eerst nog wel wat voor werk we doen ( in ons geval deden)  en knikt beleefd bij mijn antwoord dat ik lesgegeven heb. De volgende uit ons gezelschap is ‘naval engineer’ geweest.’Now that is interesting’ roept hij enthousiast. Het imago van de docent is ook buiten Nederland tanende. Hij blijkt zelf als archtect meegewerkt te hebben aan de bouw van de marinehaven van Walvis Bay en gooit achteloos hier en daar een admiraal op tafel om aan te geven dat hij met de hoogste kringen omgaat.

De volgende ochtend maken we een boottocht vanuit Walvis Bay, om pelikanen, zeehonden en dolfijnen te gaan zien. We zijn nog maar net vertrokken of de eerste pelikaan landt al op de boot. Onze vrouwelijke reisleidster heeft een speciale band met deze reusachtige vogels. En met de zeehonden, die zich af en toe soepel aan boord hijsen. Het geheel heeft wel iets weg van een dolfinarium show, maar we genieten er erg van..


,



Vogels kijken staat ook op het programma. Wij bezoeken de zoutpannen van zowel Swakopmund als Walvis Bay, waar we vele flamingo’s, sterns en andere wadvogels bewonderen. Voor de tropen zijn temperaturen niet hier hoog. Dat komt door de koude golfstroom langs de kust. Maar goed, morgen trekken we weer het binnenland in met hogere temperaturen en nog hogere verwachtingen. 






26 Jan 2018

Namibië deel 2 - Windhoek en Sossusvlei

Halverwege de middag landen wij op het vliegveld van Windhoek, na een lange vlucht. De temperatuur is gelijk al een aangenaam verschil met de Nederlandse winter. Het vliegveld is maar klein voor een ‘international airport’, al zijn de aspiraties voor meer grandeur duidelijk aanwezig. Bijvoorbeeld in de afhandeling van de paspoortcontrole.  Als de aankomsthal gevuld is met passagiers van de net gelande twee vliegtuigen gaat een ge-oliede immigratie procedure van start. Er vormen zich rijen voor ‘residents, ‘other African countries’ en de rest van de wereld. Deze verdeling wordt overigens even gelijkmoedig weer losgelaten als sommige rijen te langzaam vorderen. Zoals de onze. Elke binnenkomer wordt uitgebreid gecheckt, nog eens gecheckt, gefotografeerd en krijgt uiteindelijk een volgestempeld paspoort terug. Dit alles met een volledige desinteresse en in een stressvrij  tropisch tempo. Het duurt een uur voordat wij feitelijk Namibië binnenmogen.
Het onderkomen is prima. We besluiten een poging te doen een goedkope gitaar te kopen en met behulp van onze taxichauffeur belanden wij uiteindelijk bij de ‘Cash Converters’ een legaal witwasbedrijf, waar ze inderdaad een betaalbaar instrument hebben. Net de speelgoedfase ontgroeid, maar met de volledige 6 snaren en goed genoeg voor bij de braai.


De dag daarna reizen we naar Sesriem en komen aan bij het Desert Quiver Camp, waar onze huisjes een weids uitzicht bieden op het desolate Namib landschap. Wij zijn hier om de volgende ochtend de fameuze Sossusvlei te bezoeken. De uiterst vriendelijke receptioniste vertelt ons dat we beste om kwart voor zes ‘s ochtends bij de gate van het National Park kunnen zijn, zodat wij gelijk binnen kunnen rijden, voor de drukte uit. Wij hijsen ons dus in alle vroegte uit bed en staan zelfs als eerste bij de gate. Dat is niet zo verwonderlijk, want het hek gaat pas om half zeven open, zoals ons beslist wordt meegedeeld. 

De rit zelf maakt overigens alles weer goed. De weg voert ons zestig kilometer lang door een landschap van surrealistische schoonheid. De schitterende rode zandduinen vragen om de paar kilometer om een foto. 


Die overigens maar een beperkt beeld biedt van de werkelijkheid. We beklimmen halverwege Dune 45 ( nou ja, ik beklim hem maar een klein stukje, want het is best pittig) en arriveren op de parkeerplaats aan het eind van de verharde weg.


 Vanaf hier mag je alleen met een 4x4 verder. Die hebben wij, dus we glibberen en glijden over de zandsporen verder tot aan een tweede stopplaats. Daar kunnen we een wandeling maken naar de Deadvlei, een klein halfuurtje lopen. Het is pas kwart voor 9, maar de temperaturen lopen snel op. Het is nog even de vraag wie er eerder ‘dead’ is, wij of de Vlei. Weer is het de inspanning waard. Op een soort zoutvlakte staat een groot aantal dode bomen, die prachtig afsteken tegen de imposante zandduinen er omheen. Het grootste duin heeft de naam Big Titty gekregen, een poëtische benaming vinden wij.



10 Jan 2018

Naar Namibië

Wij hebben mooie plannen voor 2018. Het eerste plan is Namibië. Nog een paar weekjes, dan pakken wij het vliegtuig richting Windhoek. Dat klinkt wellicht als een dorp in het tochtige noord-oosten van Groningen, maar zo heet de hoofdstad daar. We gaan  vier weken rondtrekken in een ‘four-wheel-drive’, waarbij we tot in de verre uithoeken van het land doordringen. Van de spectaculaire zandduinen in het westen tot aan de uitlopers van de Okavango delta in Botswana. Ik laat onze belevenissen wel weer weten, als we ergens de beschikking hebben over wifi. Woeste, droge en goeddeels verlaten woestijnlandschappen stel ik me zo voor. Slechts 3 miljoen inwoners in een land dat zo groot is als Frankrijk en de Benelux samen. Na Mongolië het dunstbevolkte land ter wereld. In beide landen hebben ze het fileprobleem redelijk onder de knie.
Southern Masked Weaver

En ik hoop natuurlijk op veel vogels. Dat is uiteraard ook weer een mooi plan voor dit jaar. Zoveel mogelijk vogels zien. Ik houd dat allemaal nauwkeurig bij in een app. Vorig jaar heb ik 484 soorten gespot. Een record. Ik zal dat gelijk even in perspectief zetten: in 2016 reisde een Nederlandse vogelaar de wereld rond om het wereldrecord soorten, waargenomen in één jaar, te verbeteren. Hij scoorde een totaal van 6852. Daar zit ik nog niet helemaal aan. Maar wie weet dit jaar. 485 zou ook al fijn zijn.
Een ander plan is om het vogels kijken wat genderneutraler te benaderen dit jaar. Dat zal tijd worden. Ik ga het niet meer hebben over de Mannetjesmerel of de Winterkoning. Natuurlijk er is een mannelijke Baardman en een vrouwelijke Baardman. Maar waar is de ruimte voor de niet-geslachtsgedefinieerde Baardvogel? 
Baardmanvrouw

Baardmanman

En nog los van deze problematiek is er een hoop werk te verzetten in de vogelwereld om de gelijkheid tussen man en vrouw gestalte te geven. Nog altijd, jawel anno 2018 (!) is het de vrouwelijke huismus, die de zorg voor de eieren op zich neemt. Natuurlijk kan haar partner opscheppen over zijn papadag, maar dat is nauwelijks een werkelijke stap voorwaarts. Op IJsland lopen ze hierin ver vooruit. Bij de Rosse Franjepoot bijvoorbeeld, heeft de man de volledige zorgtaak op zich genomen. Hij blijft thuis om de eieren en kuikens te begeleiden. Eerlijkheidshalve moet ik daarbij wel vermelden dat met zijn naam een serieuze plek op de arbeidsmarkt wel lastig zou worden. Maar goed, hij doet het tenminste. 
Rosse Franjepoot


Kortom, plannen zat voor 2018. Eerst Namibië. Ik houd jullie op de hoogte.