19 Feb 2019

Costa Rica deel 4: de Pacifische kust en Monteverde

Wij brengen een paar relaxte dagen door in Samara, een plaatsje op het Nicoya schiereiland. Volgens de reisbeschrijving een nog onondekt pareltje aan de Pacifische kust. De ruime aantallen toeristen, die wij er aantreffen hebben dit ook gelezen en zijn massaal op ontdekkingstocht gegaan. Met succes. Dat klinkt erger dan het is. Samara maakt nog steeds de indruk een kleinschalig, vriendelijk dorpje te zijn en op onze wandelingen langs het strand komen we komen we slechts af en toe iemand tegen.




Na drie dagen voeren we Monteverde in op onze routeplanner en trekken weer richting binnenland. We gebruiken de Maps.me app, die over het algemeen betrouwbare aanwijzingen geeft. Zo niet in Costa Rica. Regelmatig klinkt er dringend 'turn right' vanuit de telefoon, op momenten dat er slechts ondoordringbaar bos langs de weg te zien is. Als wij deze aanwijzing negeren, moeten we vervolgens een half uur lang 'U' turns maken om ons alsnog met onze huurauto het regenwoud in te begeven. Als wij ook hier geen gehoor aangeven berekent de app mopperend een nieuwe route, doorspekt met allerlei ondoorgrondelijke 'shortcuts' en geen enkele garantie dat de uiteindelijke bestemming overeenkomt met de door ons geboekte accommodatie. Gelukkig hebben wij als backup de routebeschrijving van onze reisorganisator, die simpelweg aangeeft: rijd een half uurtje naar het noord-oosten, sla linksaf vlak voor de brug en volg dan de borden Santa Elena. Het noord-oosten kunnen we wel bepalen, de weg linksaf is vlak na de brug in plaats van er voor en nergens is een bordje Santa Elena te bekennen. In combinatie met onze onvolprezen maps.me app vinden we dan ook probleemloos de juiste route. Op onze, andermaal prachtige, locatie aangekomen neemt een vriendelijke jongeman aan de hand van een stapel folders, alle activiteiten door, die we niet gaan doen. We trekken ons eigen plan. 



De volgende ochtend bezoeken wij het zogenaamde 'Hummingbird Café' vlak bij de ingang van het Monteverde National Park. Behalve heel behoorlijke koffie hebben ze daar ook een aantal 'feeders' waarop een groot aantal kolibries afkomt. Toch zijn ze in de minderheid vergeleken met het aantal bezoekers. Steeds weer komt er een groep met gids naar het terras, die, na een wandeltocht in het reservaat, ook nog even kolibries wil scoren. Wij blijven echter zo lang daar hangen dat de drukte uiteindelijk voorbij is. We slagen er in 9 verschillende kolibriesoorten te zien. Fotograferen is, zowel door de vele bezoekers als de schaduw van het geboomte, heel lastig. Maar niet onmogelijk.

.



De dag daarna hebben we een afspraak met een gids, Jorge, die ons zo'n 7 uur lang meeneemt naar allerlei bijzondere plekken, waaronder de afgelegen boerderij van zijn oma. Daar maken we kennis met een heel arsenaal aan ooms, allemaal even vriendelijk en allemaal met grote zorg voor de natuur. We gaan er van uit dat oma ook nog leeft, maar bewijs daarvoor krijgen we niet. We sluiten de dag met Jorge af in het eerder genoemde reservaat. We betalen 22 dollar toegang per persoon om daar rond te mogen wandelen. Ofwel 14000 colones, maar dat klinkt helemaal buitensporig. Al spoedig slaagt onze gids er in ons de meest begeerde vogelsoort van Costa Rica te laten zien: de Quetzal. Zelfs drie exemplaren, waarbij het glorieuze mannetje met de onwaarschijnlijk lange staart. Ademloos staan wij hier geruime tijd te kijken. Daarna zegt Jorge onverwacht dat hij nog een andere afspraak heeft en dus terug moet. Wij kunnen eventueel nog in het park blijven en dan met de bus terug naar ons hotel. Voor ons is het echter na 7 uur ook wel mooi en we gaan met hem mee. Voor een half uurtje in het reservaat is de prijs wel stevig, maar gelukkig hebben we de foto's nog....




No comments:

Post a Comment